vrijdag 22 juli 2011

Signalement

Meer dan gemiddeld, zoals dat heet, was mijn belangstelling voor de verzamelbundel Beste buren. Daarin berichten ervaringsdeskundigen uit België over Nederland, en dito Nederlanders over België.
De korte inleiding gaat zo van acquit: ‘We spreken dezelfde taal en we kopen kleding, boeken en shampoo in dezelfde winkelketens.’ Het eerste deel van de nevenschikking lijkt me onjuist. Inzake het tweede ervaar ik dat INNO en Bijenkorf, FNAC en Selexyz niet in beide landen zijn te bezoeken. Wel trachtte de Colruyt vergeefs de Bioplanet in Nederland te introduceren en opende Albert Heijn een filiaal in Brasschaat, met een aanbod voor de daar samengetroepte Hollanders en niet voor autochtonen.
Het type lezer dat ik ben slaat dan in dezelfde inleiding het enige genoemde paginanummer erop na – dat niet blijkt te kloppen.
Welk idee draagt de inleiding eigenlijk uit? Er worden ‘evoluties’ waargenomen: eerst zou Nederland gidsland zijn geweest, daarna zou België zijn geëmancipeerd. Dit is een notoir verhaal. De premisse is het failliet van de multiculturele samenleving. Alleen is dat geen feit, maar het door onze kennisvergaring sijpelen van een consensus vanaf het begin van de eenentwintigste eeuw. Inmiddels werd die consensus door Sarkozy, Cameron en Merkel geratificeerd en krijgt ze nu niet erg rechtvaardige alternatieven. Immigratie raakt halfslachtig, terwijl ze voor het behoud van de West-Europese levensstandaard onmisbaar is. Beneden de rivieren worden irreële taalvoorschriften bedacht die ondanks hun nationalistische intenties meer draagvlak krijgen.
‘Nederland en Vlaanderen zijn weer naar elkaar toe aan het groeien’, concludeert de bundel vooraf. Ook dit is veeleer een geloof, wellicht te verklaren uit de missie van de opdrachtgever van de bundel, en uit de context waarin deze opereert. Onlangs was er tussen de landen bonje over het inunderen van de Hedwigepolder, in verband met het uitdiepen van de Westerschelde dat gevolgen heeft voor de Antwerpse haven. Deze belangenstrijd geeft een meer waarheidsgetrouwe indruk van de verhoudingen, waarbij gedogen (een term die verankerd is aan het Nederlandse drugsbeleid?) het hoogst haalbare lijkt.
Daarvoor geeft de bundel zelf overigens bewijs, doordat meermaals de rare onmogelijkheid wordt aangestipt om als laaglandse immigrant te stemmen waar je woont en belasting betaalt indien je de nationaliteit niet hebt. Overigens zit hier ook de Europese Unie ingewikkeld te wezen: het met lappen tekst gepaard gaande statuut van de ‘grensarbeider’ laat onverlet dat men zich in de buurlanden apart moet verzekeren (over pensioenen durf ik niet eens te spreken).
Ook door ogenschijnlijk genuanceerder een kloof tussen de twee landen te signaleren, doemen er kansen voor griezelige gemene delers, die in de recente literatuurgeschiedenis enormiteiten opgeleverd hebben als ‘de Belgen zijn beter’.
Ik heb me bij het doornemen van Beste buren menigmaal in de ogen gewreven dat een keur uit de artistieke wereld doodleuk voorbijgaat aan het basale onderscheid van taal. Omdat het vooraf werd uitgeschakeld? Op dat negeren is een spreekwoordelijke uitzondering, Joke van Leeuwen in misschien wel de meest adequate bijdrage aan het geheel – die twee jaar geleden reeds werd gepubliceerd. Het eveneens bestaande stuk van Charlotte Mutsaers maakte terzijde duidelijk dat een eigen stijl in deze verzameling vervreemdend werkt. In meer opzichten domineren de essenties.
Ja, Willem van Zadelhoff rakelt het taalfacet op, maar schijnbaar om nominaties die hij wel en niet misliep op te voeren. Dit is extra treurig door de presentatie van de auteurs, niet op grond van wat ze hebben gedaan maar volgens het ingeburgerde hyperventilatieschema van welke prijzen ze gewonnen hebben. In dit geval dus een herhaling, die wellicht de grondslag van dit boek is.
Ondanks het veelbelovende item van de ‘stedenbouwkundige principes’ op de achterflap van Beste buren schrijft op Benno Barnard na niemand over de verschillende ruimtelijke indelingen. Daaraan valt toch zoiets als de hoogte van de plafonds te relateren. Minstens een halve meter verschil zal geen weerslag hebben op karakters?! Absoluut in verband met de publieke ruimte staat het fietsbeleid, dat opnieuw alleen Joke van Leeuwen aanraakt. Het dreigt nochtans een hoogtepunt te krijgen doordat in België nieuwe wetten en verkeersborden gaan komen waarna het gepermitteerd is om voor een rood stoplicht rechtsaf te slaan.
Wel lezen we tig keer het cliché van de Nederlandse pindakaas in de kofferbak, van de auto dus, naar Frankrijk Vakantieland, maar over specifieke etensbereidingen geen woord. Noch over de wijze waarop de bakker zijn brood verpakt. Sinds ik in België woon choqueert het me pas echt dat er aan gene zijde plastic zakken aan te pas komen die worden afgesloten met een plakkertje uit een soort niettang, dat slechts valt open te krijgen door verruïnering van de zak en dus de versheid principieel aantast.
Dit is naar ik vrees het ‘narcisme van de kleine verschillen’ waar de bundel zich tegen afzet. Mis ik dus de gave van het kosmopolitisme? Ooit vermeldde dit blog mijn ontdekking, aan de andere kant van de wereld, ‘een Europeaan’ te zijn. Later zat ik heel wat dichterbij, op een terras in Zundert, toen een club van bejaarden binnen pedaleerde voor de classic koffie met warme appeltaart. Na het eerste woord door hen stelde ik vast: uit deze streek ben ik afkomstig. Wat Marc Reugebrink in de bundel ‘geboortelijkheid’ noemt. In Breda zelf waan ik me na al die jaren een toerist, tot er dialect opklinkt (dat ik helaas niet kan spreken).
Doordat ze niet in mijn paspoort staan, zijn mijn kinderen nog even exclusief Belgisch. Het zal mij benieuwen welke van de twee nationaliteiten ze op hun achttiende zullen kiezen. Nu ja, mochten ze Hollander willen worden, dan zou me dat verbazen. Of niet: het zou een statement zijn.
Tot slot nog even erkennen dat Beste buren me onbedaarlijk aan het lachen heeft gebracht met de afbreking ‘Fah-rrad’. En het is niet de maniakale landsmoralist maar de schoolmeester in mij die er voorts op wijst dat dit boek typografisch een cappuccino met cacao is. Kennelijk is het verschil tussen insprong en tab irrelevant, en kun je in een betoog net zo makkelijk witregels invoegen als verwijderen.

Naschrift
Dvd's van Nijntje laten de taalkeuze uit 'Nederlands' of 'Vlaams'.

1 opmerking:

  1. Een reactie op: http://willemvanzadelhoff.blogspot.com/2011/08/gezwets-uit-een-honingpot.html#links

    BeantwoordenVerwijderen