vrijdag 29 oktober 2010

Bestaande ficties (6)

Ooit schreef Bart Meuleman: ‘geen bevindingen, mijzelf daarvan te midden’. Die regel is op mijn huid geraakt. De Gemeinschaft van Wilders’ stemmers op wie hij zich beroept als hij weer hele groepen tergt? Viel er een dag eens niet te vernemen dat hij zijn vrije meningsuiting bedreigd weet! Ze is te kwestieus om er egocentrisch mee te schermen, laat staan dat politici immuniteit mag verleend nopens ‘het maatschappelijk debat’. Hans Achterhuis gaf een memorabel voorbeeld op basis waarvan die meningsuiting beter niet zo onbeperkt wordt als Wilders het wil: het beroep dat het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken erop deed toen het gevraagd werd uitzendingen te hinderen van het tot het vermoorden van Tutsi’s oproepende Hutu-radiostation Mille Colines.
Het voorbeeld staat in Met alle geweld, de imposante studie waarmee Achterhuis solidariteit en moralisme herijkt. Met relativering van de intentionaliteit door verwijzing naar een notoire vlinder trekt hij van leer tegen denkers als Foucault en Sartre, die overal uitingen van ‘macht’ ontwaarden. Gestaag veranderen zij in stereotypen: star en zonder zelfkennis en met monocausale blik op de ander, idealisten die overtuigd zijn van hun gelijk en onberispelijkheid en die immer tekens van ‘het systeem’ duiden. Maar deze opvatting heeft Achterhuis ooit gedeeld, zoals hij er nu afstand van neemt: tweemaal in een intellectuele meerderheid. Zou dat ‘het systeem’ niet onderstrepen?! Activeert elke poging tot trouw louter de lachspieren?
Achterhuis blijkt zich te schamen voor zijn idealisme van weleer dat hij realiteitsverblind acht. Wel zegt hij dat de boeken waarin hij die vervoering uit de doeken deed allerwege positief werden besproken en veel verkocht. Daarnaast acht hij het een heldendaad ‘op een centraal punt van je denken te erkennen dat je je vergist hebt’ – achterlangs komt bij dat voortschrijdend inzicht superioriteit binnen die hij Fou & co aanwreef.
Ben ik dan buitenmatig integer? En zou ik wel kunnen ontsnappen aan de gemene delers van mijn era? Neu. Het is een best amusant en angstaanjagend idee zelf menen te denken terwijl die gedachten zo sterk lijken op die van je tijdgenoten dat ze geïmpregneerd blijken. Daarom vind ik het des te pijnlijker dat bij veel meningen over toekomstig cultuurbeleid Arnold Schönberg als een modernistische, cerebrale karikatuur fungeert die niet overeenkomt met mijn beleving als amateur (= Latijn voor liefhebber of linkse hobbyist?). Maar op subsidiejacht schijnt iedereen te ‘ontregelen’ en met wat clichés over ‘de politici’ wordt alles dan erg inzichtelijk.
Kennelijk weegt de ander loodzwaar. Nederland telt zo’n 6% moslims, maar door pertinente meningen over hen lijkt dat percentage oneindig veel groter, met de groeten aan ‘de politiek’. Wordt aan de staat van ‘de moslim’ eigen geluk afgemeten? Toen onze driejarige dochter met twee staartjes in op het schoolplein haar hartsvriendin trof, barstte die in tranen uit omdat ze ook twee staartjes wilde. Haar moeder had een elastiekje bij zich waarmee ze alvast één staartje kon maken – waarna ons dametje begon te pruilen dat ze één staartje wilde.
Buiten deze mimetische spiralen is ze altijd te lijmen met snoep en beduidend minder met beloftes (dan nog eerder met dreigementen), wat de korte termijn belangrijk maakt. Dit rijmt met een algemene ontwikkeling die onder invloed van de technologie de laatste twintig jaar beslag heeft gekregen – en die louter extremer zal uitpakken: snellere bevrediging van een wens. Toen Encarta bestond grepen scholieren niet meer naar papieren encyclopedieën. Voeg daarbij de massa’s antwoorden die Google terstond biedt op vragen, de gsm waar afspraken tot op het laatst mee kunnen gewijzigd, de aandrang om via Facebook en Twitter een wereld te berichten van de recentste wederwaardigheden, en de lange termijn bestaat amper.
Anderzijds heeft Coolen over Dorp aan de rivier vijf weken gedaan.
Staan we op een keerpunt? Rondom ons zijn er al diverse tradities. Ook op overeenkomsten met historische personen is gewezen en ik wil daar tot slot eens op voortbouwen, omdat de kwestie bekend lijkt: lullen of poetsen. Wat geldt nog als geloofwaardig?
Academicus Ter Braak was geen kei in sport. Door zijn veeleer mentale verplaatsingen was hij een goeie voor de Gesellschaft. Daartegenover beloofde A. den Doolaard, een reiziger tot in het pseudoniem, Ter Braaks kompaan Du Perron vanwege diens Uren met Dirk Coster ‘een gratis pak slaag’ in een artikel dat niet alleen actueel oogt, maar de Gemeinschaft ook compliceert. Den Doolaard construeert namelijk een onderscheid tussen de studeerkamergeleerde Du Perron (net als hij een autodidact) en zichzelf, die even terug was in Nederland. De onbehouwenheid stamt dus van een globetrotter, ook veel meer een publieke figuur. Hij gaat niet in op de gewraakte tekst, die hij belachelijk vindt – en de maker spoort voor hem domweg niet.
Even leerzaam is de reactie van de betrokkene, in zijn briefwisseling met Ter Braak die zich ook over de kwestie uitspreekt. Maar eigenlijk willen de heren erover zwijgen. Du Perron als het haantje, Ter Braak rationaliserend. Er lijkt door de werkelijkheid een bres geslagen in hun briljante cordon; de toch al aanmatigende toon over mensen buiten hun dorp verlokt ons heden tot de aansporing: get a life!
De highbrow bleek niet anders te kunnen dan bij elkaar billijkheid te accentueren, en zich aan te sluiten bij het geminachte dat dezelfde cultuur van ontkenning omhelst. Het martelaarschap revisited. In meer opzichten was Ter Braak criticus op eenzame hoogte, maar natuurlijk niet belangenvrij. Dat laatste is nooit veranderd, dat eerste helaas wel en bovenal zijn de draagwijdtes verschoven naar het betreffende medium. Dus wat rest er?
In Het weerzinwekkende lot van de oude filosoof Socrates schreef Connie Palmen: ‘Het eigene wordt nooit het eigene als het een geheim is en verborgen blijft. Het eigene moet vals worden, publiek worden, het moet herhaald, besproken, bepraat, doorverteld, misverstaan, herkend en erkend worden, om betekenis te kunnen krijgen en zich waar te maken. Alleen door het meest eigenlijke ook aan de anderen over te laten, kan er zoiets als het eigenlijke bestaan en kan een eigennaam betekenis verwerven.’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen