zondag 23 november 2014

Your votes, please


Wie het eerst komt, die het eerst maalt. Dat spreekwoord gaf ons definitief het voorrecht nadat we in een fabriekshal, uitpuilend van spullen die onder de noemer brocante schijnen te vallen, op de zoveelste milde novemberdag onze keuze hadden laten gaan naar twee stembussen. Bij de kassa kon de mevrouw achter ons haar oren amper geloven.
Het was nochtans liefde op het eerste gezicht. Vermoedelijk door mijn gepasteuriseerde afkomst had ik me bij stembussen iets metalerigs voorgesteld, melkbussen – gastvrij voor carbid. Het bleken echter prachtige houten kisten, met stoffen banden van binnen die het deksel met het inwendige verbonden. Niet dat Hugo de Groot er uit het Muiderslot mee had kunnen worden gesmokkeld, maar ze waren nogal fors.
Waarom zou er, binnen de betrekkelijkheid van tijd en plaats, belangstelling voor zo’n kist zijn? Mogelijk bestaat er zoiets als ambachtelijk stemmen. In vergelijking met een druk op de computerknop geeft het inwerpen van een opgevouwen briefje minder brandstof aan de welvaartsziekte die paranoia heet. De tijd van eenzijdig elektronisch stemmen is voorbij, zegt onze stembus nu al bijna en van opiniepeilingen lijkt hij tabak te hebben.
Ook zijn de politieke twisten die in België uitbraken te herleiden tot een legitimiteitskwestie. Een reeks betogingen kant zich tegen het feit dat een meerderheidsregering maatregelen neemt waarin velen zich niet kunnen vinden. Zij hebben het recht daartegen te protesteren en vakbonden zijn van oudsher het orgaan dat bemiddelt tussen werknemers en de rest.
Voorts is het misschien wel het onderscheidende kenmerk van een democratie dat ze de belangen van de kleinste minderheid behartigt (zie bijv. Scheffer, Het land van aankomst). De kwestie is dan eigenlijk of er voldoende ruimte is voor de ander, die sinds enige tijd met een hoofdletter gespeld wordt.
Uit de stembus moet de ander als het ware als een duveltje als een doosje kunnen opspringen. Daar mag men niet alleen iedereen oprecht blij om zijn, men mag er, gevoed door het graan van de overtuiging, daadwerkelijk wat mee doen.
Uit tijden die inmiddels onmetelijk ver weg lijken, stammen immers analyses dat ‘tolerantie’ te vrijblijvend is. Vanaf Clarence Seedorf bezigden allochtone Hollandse voetballers ook een term, die inmiddels alle topvoetballers overgenomen hebben: ‘respect’.
Zoals het boekje Peinzen. 49 filosofische vragen voor kinderen echter al aangaf: ‘Respect betekent niet-veroordelen. Maar de belangrijke kwestie is of dat grenzeloos kan. Bestaan er voorwaarden om respect te koesteren?’ Ai, een paradoxendreiging! Hierover heeft filosofe Baukje Prins geschreven: ‘Hoe zouden we van deelnemers in een debat kunnen eisen dat ze zich keurig houden van de “gouden regel” van het wederzijds respect, terwijl we de vrijheid van meningsuiting beschouwen als het hoogste goed van een vitale democratie?’
Nederland bevindt zich dan in de hoogtijdagen van het poldermodel, van de paarse coalitie die in haar depolitiserende aandriften voorgaf kleurloos te zijn. Stemmen leek eigenlijk geen effect meer te geven. Ook de meest leerzame ogen, die van buiten Europa, meenden dat te zien. Ian Buruma en Avishai Margalit hebben ze laten getuigen in Occidentalisme:

‘Handelaars, of ze nu tot de petit bourgeoisie behoren of tot de altijd bezige mannen van de wereld, zijn slechts geïnteresseerd in de bevrediging van individuele verlangens, iets wat “een hoger moreel besef van de wereld en het geloof in idealen” ondermijnt. De liberale democratie is het politieke systeem dat het best bij handelaars past. Het is een competitief systeem waarin verschillende partijen elkaar bestrijden en waarin de belangentegenstellingen alleen kunnen worden opgelost door onderhandeling en compromis. Het is per definitie onheroïsch en daarom in de ogen van hen die erop neerkijken, verachtelijk, krachteloos, middelmatig en corrupt.’

Die laatste krachttermen kregen bijval binnen Europa, van stemmen die zich kritisch achten. Ze vallen moeiteloos terug te vinden in politieke nieuwsberichten uit linkse hoek op het web. Gebeurt dat al niet in de hoofdtekst, dan in elk geval in de comments die een aanhankelijkheid tonen waar een land op het Songfestival voor zou tekenen.
Dat maakt het even voorspelbaar dat vanuit de bestookte overzijde dan weer de vraag gerezen is of een meerderheid rechten heeft tegenover wat wordt ervaren als de tirannie van een minderheid. Of dat de ander, met of zonder hoofdletter, dus niet doodgewoon een ikke is wiens hachje gered moet. Ze moeten misschien wel lachen of hoofdschudden om het verwijt dat regeringspartijen zich niet houden aan hun verkiezingenbeloften.
Zoveel is zeker: het is nooit goed.
Misschien voelen politieke partijen beter dan welke ‘actor’ dat voortgang altijd de dood of de gladiolen is. Een interne crisis is niet alleen een ‘opportuniteit’ voor tegenstanders, maar ook voor de eigen gelederen.
Het netto resultaat is dat de nieuwsconsument, die men onvermijdelijk is, nog meer afkeer krijgt van ‘de politiek’. Of dat helemaal klopt, zou mijn geloof niet wezen. (Ik ben dan ook niet zo bijdehand als Goethe, die verklapte: ‘Wie handelt is altijd gewetenloos; alleen wie toeschouwt heeft een geweten.’ Dit maxime annex stemadvies, voor de blanco-optie, staat in Over het nut en nadeel van de geschiedenis voor het leven van een zekere Nietzsche, met diens goedkeuring.)
Eén van onze verworven kisten kijkt ons aan alsof hij irritaties heeft in de mondhoeken. Uit slaaptekort, een vitamine C-gebrek of gewoon een iets te uitgesproken mening? Beide zijkanten van de stemspleet zijn afgebroken. Ik ben geen liefhebber of beoefenaar van symboliek, maar het valt niet te ontkennen dat door de afkeer van politiek de balans in de uitslagen een beetje weg is. Stemmers zitten niet meer overwegend in het midden, zoeken vaker de randen op.
Ons brocanterigheidje blikt hopelijk vooral nieuwsgierig naar de wereld. Overigens is het plan om in de stembussen al dat disparate kinderspeelgoed op te bergen waar we normaliter onze benen over breken. Ook stamt de uitdrukking van het eerst komen en eerst malen uit de molenaarsbranche. Gaat zelfs een keuze in een brocanterie over het dagelijks brood?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen