zondag 22 april 2012

Schandaal

Bas Heijne wijdt in NRC én De Standaard een heuse hele column aan een non-event. Zo mag volgens mij de zouteloze grappenmakerij van presentator Ben Crabbé in Blokken tegenover een Turkse quizdeelnemer toch wel bestempeld worden (hoewel mijn lach- en dichtspieren gevoelig zijn voor frases als ‘Als je vandaag wint, bestel je maar een bak lava’). Maar Heijne sluit aan bij een rij van beroepscommentatoren tot en met politici van het Vlaams Belang die allen hun zegje deden over racisme. Wel waren zij landgenoten van Crabbé, terwijl Heijne een Hollander is, net als degene die de quasi-zaak aan het rollen bracht.
En net als ik, die in dat tweetal ineens wat dingetjes meende te herkennen en die daardoor de meningenpudding verder laat lillen. Terwijl ik het nota bene eens ben met Angela Merkel toen ze bij een andere mediastorm zei dat er ook mogelijkheid mag zijn geen gebruik te maken van de vrijheid van meningsuiting.
Dat ik toch spreek, heeft te maken met geografie en tijdsbepaling van mijn diagnose. Anderen wordt de maat gemeten zonder dat eigen posities in de redenering betrokken raken. Dit blijkt namelijk de kern van de schier bodemloze bakken kritiek over een onderwerp waarin ik me een beetje aan het inlezen ben: Nederland in de jaren zeventig. Meer in het bijzonder gaat het dan om een morele superioriteit.
[Nu gaan wij er even uit voor de reclame. Blijf bij ons!]
Ben Crabbé kreeg als bekend het deksel op zijn neus in het voor mij nog immer onbegrijpelijk populaire programma DWDD. Een van de onderdelen is ‘opmerkelijke televisiemomenten’, waarbij een kekke montage de presentator binnen een minuut tot incorrecte boeman wist te metamorfoseren. Waarlijk frappant dunkt me echter de conclusie van de presentator van DWDD: dat Crabbé nog in het koloniale tijdperk leefde. Om te beginnen blinkt hij namelijk niet echt uit in interesse voor en kennis van zijn gasten – die hij veeleer exploiteert als, noem eens wat, olie, rubber, koffie, diamant… De montage van collega-programma’s kan zelf een vorm van kolonialisme heten.
Dit betekent ook dat België een kolonie van Nederland zou zijn. Dat rijmt met het belang dat in België kennelijk wordt gehecht aan DWDD en met het feit dat De Standaard de column van Heijne, nog net niet overkokend van minachting voor Crabbé, van NRC overneemt. Het rijmt zeker met een Hollandse houding die ik na een decennium immigratie helderder ben gaan ontwaren, maar dan weer minder met een alledaagse praktijk waarbij Nederlandse media grotendeels in Belgische handen zijn en waarin onlangs bleek dat het triomfalisme over die domme Belgen bij de aankoop van Fortis aan de voorbarige kant was.
[Het citaat van de dag is ingezonden door meneer Ter Braak uit Eibergen: `Gelukkig, dat vele dingen ons op plechtige momenten ontgaan; wij zouden anders ook zo wijs worden, dat wij onze overwinningen op de chaos als bijbels scheppingsverhaal zouden gaan vertellen.']
Crabbé als wraakobject voor gevoelde nederlagen? Ik kan het me gewoon niet indenken. Ook niet omdat hij dan als ‘de Belg’ zou figureren, die van ‘de Nederlander’ op zijn falie krijgt. Aan zulke essentialismen, die in multiculturele tijden toch nog volksaarden laten vermoeden, doet de kritiek niet. Ze vloeken zelfs met ideeën die Bas Heijne, wat dat betreft minstens zo vroom als zijn collega van DWDD, in zijn columns ventileert.
Ronduit bizar lijkt het me dat hij in zijn afschuw voor Crabbé bevestiging vindt: ‘Vlaamse intellectuelen stond het schaamrood op de kaken’. [Wie mogen dit zijn? Insinueer en win een geheel verzorgde reis naar Zuid-Utopia] Heijne komt ten slotte met een nogal krasse kwalificatie: ‘Het schandaal van Blokken zit ’m niet in het vermeende racisme van de presentator en ook niet in zijn tenenkrommende grapjes – het schandaal zit ’m in het feit dat hij zich van geen kwaad bewust is.’
O afgrondelijke jij-bak! Hollandser kan een eeuwenlang gekoesterd en ontkend domineeschap jegens de overige mensheid niet worden, tenzij misschien bij de meest Nederlandse Belg! Zou Heijne zich in tegenstelling tot de arme Crabbé wel bewust zijn van wat hij sinds jaar en dag doet? Behoren zijn columns dan niet tot een industrie waarin hij de quiz stilzwijgend opsluit? Zou het iets zeggen dat de publicatie van dit stuk op de Nederlandse website geen enkel comment ontlokte, alsof de communis opinio vroeg: ‘Waar heb je het eigenlijk over?’
Maar misschien is het een kenmerk van heiligen dat ze louter zenden, nooit ontvangen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen