zondag 29 april 2012

Marilyn & Paris

Het zit me niet lekker Bas Heijne in mijn vorige stukje – nu ja, ik ken de verhoudingen – op zijn nummer te hebben gezet. Niet dat oordeel, maar de vlotheid waarmee het tot stand kwam stemt me ongemakkelijk. Wat is er simpeler dan een kritisch iemand toe te voegen: ‘Kijk naar je eige’? Zoiets dooft elk vonkje waaruit een soms toch noodzakelijk hellevuur kan ontstaan. En de meer geavanceerde variant van die tegenreactie, door op te roepen tot een ‘onderzoek van de eigen vooronderstellingen’, heeft iets herderlijks en leidt eerder tot narcistische dan tot interessante resultaten.
Toch meen ik dat mijn kanttekeningen bij Heijnes gewraakte column inzake quizmaster Ben Crabbé ergens wel hout snijden (en die inzake de afkeer voor de jaren zeventig: gisteren zei minister Turtelboom nog een overtuigd feministe te zijn, maar geenszins een Dolle Mina). Omdat ‘intuïtie’ even grote beperkingen heeft als ‘een bewijs hardmaken’, leek het me een praktisch idee om, ver van het vaderlandse kabinet, mijn eigen kleine doorbraak te forceren. Ik heb een andere, mij nog onbekende tekst van Heijne doorgenomen, Echt zien. Literatuur in het mediatijdperk.
Over dat boek blijkt van alles te zeggen, maar ik beperk me tot een fragment waarin Heijne twee fameuze foto’s bespreekt. Daarop lezen respectievelijk Marilyn Monroe en Paris Hilton boeken (Ulysses en Oorlog en vrede). Kalm en inzichtelijk loopt Heijne de motieven na waarom deze twee dames zulke consumpties nemen. Mij frappeert dat bij hem zowel de twee boeken als de twee lezers iconisch worden. En dat bevalt mij niet. Ulysses en Oorlog en vrede als ultieme voorbeelden van highbrow literatuur is al rolbevestigend, maar bij Monroe en Hilton strekken de gevolgen van Heijnes benadering verder. Ze mogen en kunnen bij hem van alles doen en overwegen, maar één optie brengt hij niet ter sprake: dat de dames die twee boeken – gewoon, serieus, ‘echt’ – lezen!
Nu moet ik onmiddellijk bekennen niet te weten hoe reëel die optie is. Daarvoor zijn Monroe en Hilton ondanks een basale sympathie in mijn wereldje te weinig prominent. En dat er jaren na dato een boek verscheen waaruit Monroes grote literatuurliefde naar voren kwam, speelt al evenmin een rol in mijn indruk. Het gaat mij er slechts om dat Heijne er geen rekening mee houdt dat Monroe een ‘echte’ lezer kan zijn die voor mijn part doordringt tot in de diepste krochten en implicaties van een tekst.
Veelzeggend vind ik dat hij wel Monroes bekentenis vermeldt niets van Joyce te begrijpen en te genieten van het taalspel. Kan dit niet evengoed een elegant excuus zijn om alle betwetende culturele haantjes om haar heen niet voor het hoofd te stoten en dan maar liever het niet al te intellectuele vrouwtje te spelen? En zo Heijnes conclusie te ondersteunen dat de foto ‘de kwetsbaarheid van haar overgave’ toont?
Bij Paris Hilton wordt Heijne nog rabiater. Hij betitelt de foto meteen als een opzichtige manipulatie en op dat vertrekpunt komt hij niet meer terug. Mocht Monroe bij hem nog een simulerende lezer zijn, voor Hilton is zelfs dat te veel eer. Heijne acht de combinatie Paris-boek ‘wezensvreemd’, dus onbestaande. Hoe dat? Susan Sontag las op haar zeventiende Oorlog en vrede met de aantekening ‘een weergaloze ervaring’. Mocht dat wel geloofwaardig zijn voor Heijne, komt dat dan door een soort hindsight, uit het grootse essayisme dat Sontag ontwikkelde (die op haar zevenentwintigste Anna Karenina herlas)? Er zijn anders actiefoto’s van haar beschikbaar.
Indien Hilton überhaupt geen compleet mens kan zijn voor Heijne, dan kan hij dat nergens anders op baseren dan op berichtgeving. Misschien moest hij voor haar zijn licht opsteken in Over rusteloosheid van Arjan van Veelen: ‘Gek genoeg voelen velen nog steeds minachting voor iemand die virtuoos is in precies de ambachten die onze samenleving als hoogste waardeert: sociale intuïtie en mediatalent.’ Dat lijkt me een adequate kanttekening, die ik me trouwens ook wel mag aanrekenen.
Mij verbaast deze reductie in Heijnes waarnemingen, vooral omdat het fantastisch is hem te volgen over de actualiteit. Ik ken weinig columnisten die ingewikkelde maatschappelijke processen zo schijnbaar redelijk weten te beschrijven en duiden. Tegelijk ontkomt niemand aan het besef nooit aan zijn eigen tijd te kunnen ontkomen. Ook de boek per boek gebundelde columns van Heijne, waarin hij de tijdgeest vastlegt, zullen sociologisch gelezen worden en door de toekomstige lezer(s) gewogen op de vraag: in welk punten was Heijne aan het eind van de twintigste en het begin van de eenentwintigste eeuw visionair dan wel blind?
Goed, vertrekpunt was zijn mening over Ben Crabbé. Toevallig kwam er dit weekend eentje bij van iemand die mogelijk een van de Vlaamse intellectuelen is op wie Heijne zich beriep. Joost Vandecasteele, eerst cabaretier en nu auteur, zei over de ongein van de quizmaster dat hij zich als humorist beledigd voelde: ‘Eigenlijk zijn die grappen de noodkreet van een psychopaat in wording.’ Verder liet Vandecasteeles optekenen dat zijn werk ambieerde ‘niet genegeerd kunnen worden’, dat hij daarom graag columns en opiniestukken schreef en dat hij een computergame even inspirerend vindt als een filosofisch essay omdat internet hem heeft geleerd dat ‘alles gelijkwaardig is’.
Dat laatste standpunt intrigeert me, omdat het medium mij het omgekeerde geleerd heeft. Genialiteiten staan nevengeschikt aan 1+1=3-wetenschap. Die indruk is tevens politiek en ik snap dat dit achterhaald overkomt. Toch zou ik Vandecasteele graag gelijk geven, ware het niet dat naast kennis ook concentratie en aandacht (basisingrediënten voor inspiratie) volgens mij niet aan periodes te hechten zijn maar louter aan personen. Een kwestie van empathie én van techniek.
In de verteltheorie is omstreeks de jaren zeventig het fenomeen ‘perspectief’ genuanceerd met het begrip ‘focalisatie’. Zo kon preciezer worden bekeken of degene vanuit wie een relaas (tijdelijk) met de lezer wordt gedeeld daadwerkelijk een stem krijgt. Of een object ook subject werd. Nu begrijp ik wat mij dwarszit bij het geoordeel over Ben Crabbé: hem wordt zowel woord als weerwoord ontnomen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen