dinsdag 15 november 2016

Opgepast: overstekende boom


Bij mijn weten voor de derde keer begint Vlaanderen na de herfstvakantie aan zijn actie voor zichtbare fietskinderen in het verkeer. Visibiliteit is dan ook een mooi woord. Nog steeds heet de campagne Helm op fluo top.
Zoals dat gaat, tipt de commercie inmiddels met haar grote teen in het dienstdoende water. Niet elk kind neemt nog genoegen met een geel fluohesje. Er blijken nu ook groene en roze op de markt, in diverse modellen – en prijzen.
Eerder heb ik opgemerkt dat dit lovenswaardige initiatief, met zijn aandacht voor het lot van fietsers in het algemeen en kinderen in het bijzonder, een accent legt dat een kleinigheidje uit de constellatie vergeet: het gemotoriseerde verkeer en automobilisten in het bijzonder.
Zouden die mensen zich, met het donker wordende weer, ook niet een beetje mogen laten zien? Anders gezegd, waarom eigenlijk worden de bedreigers van de veiligheid niet, eh, gesensibiliseerd?
Het zal toch een kleine moeite zijn om over motorkap, dak en achterklep een gele fluostrook te plakken? Groen of roze mag natuurlijk ook, tegen een bescheiden meerprijs.
Ongetwijfeld ligt het aan mijn Hollandse afkomst dat het aantal auto’s in België me topzwaar lijkt voor het te bestrijken oppervlak. Zoveel fietsen zijn er in het dichtslibbende Amsterdam niet eens!
Ik hoef niet al te veel achttiende-eeuws Latijn te spreken om de oorzaak van dat Belgische overgewicht te benoemen. Tegen notoir hoge werkgeverslasten en dito belastingvoet staat aan velen immers een deel van het loon in natura ter beschikking. Daarom zou behalve de fluostrook op het portier van menig karretje een sticker geplakt kunnen worden: Ik ben een bedrijfswagen. Wellicht schept dat een band bij een ontmoeting van twee van die karretjes in pakweg Zuid-Italië.
Bovendien wordt het kinderen niet echt makkelijk gemaakt om ergens te fietsen. Het gaat met de jaren vooruit, maar veilige afzonderlijke paden zijn er niet heel veel. En de bestaande worden met liefde eveneens ingenomen door automobilisten, als parkeerplaats of voor het laden en lossen. Hoewel ook wandelaars er in België gebruik van maken, suggereer ik toch maar voor auto’s een tweede sticker: Ik lach om fietspaden.
(Natuurlijk zou er – voor veiligheid, gezondheid en schoonheid – in de bebouwde kom geen gemotoriseerd privévervoer hoeven zijn. Maar dat idee zal te revolutionair zijn, aangezien het, memoreert Benjamin Barber in zijn boek Als burgemeesters zouden regeren, al in de jaren twintig in Zwitserland werd gelanceerd voor kantons. Wel behoud ik me het recht voor op verbazing over al die Belgen die wegens een sixpack melk of een paar druppeltjes regen hun bolide naar een supermarkt sturen, terwijl ze bij de scouts in elk jaargetijde nog met volle bepakking bergen beklommen in korte broek of rok.)
Bij wijze van laatste aanvulling op Helm op fluo top zou er in België-Bourgondiëland een mentaliteitskwestietje bij volwassenen aan de orde mogen komen. Het gaat over alcoholconsumptie bij bestuurders, die bij mijn weten sociaal geaccepteerd blijft. Rik Torfs is ook gerespecteerd jurist na zijn sofisme ‘Je kunt perfect een glas drinken en nog steeds in staat zijn om te rijden’. Helaas bericht Krant op Zondag wekelijks van dodelijk auto-ongevallen in het holst van de nacht wegens een overstekende boom. Ter sensibilisering van die mentaliteit stel ik een derde sticker voor: Ik drink dus ik rijd.
Toevallig heeft het recentste nummer van de Vogelvrije fietser een reportage over een actie voor fietsers in Berlijn. Er pedaleren dan twee mensen naast elkaar en prompt wordt er nijdig getoeterd achter hen door ‘een dure Audi’. De bestuurder blijkt niemand minder dan Stefan Aust, die ‘stuurs’ voor zich uitblikt.
Denkend aan de RAF zie ik vluchtauto’s op twee wielen door de bocht gaan.
Ach, hoe lang moet ik dit soort evidenties nog opsommen? Waarom pleiten voor veiligheid en zichtbaarheid van fietsers, wanneer de publieke ruimte hun amper plaats biedt? Zelfs voor de eigen deur is een parkeerplaats bijna steeds voor auto’s bedoeld.
Courage, Marc, in Oostende zijn voor de fiets straatcontainers gesignaleerd, zoals ze, zij het iets minder kek, in Amsterdam ook bestaan!
Engelsen gebruiken fluohesjes voor scharrelkippen. Zekerheidshalve heb ik de term dus maar even losgelaten op de site Veiligverkeer. Dat geeft 1 resultaat: ‘In een dode hoek is niemand zichtbaar, ook niet met een fluohesje of goede fietsverlichting. De dode hoek is de ruimte die buiten het gezichtsveld valt. Een fluohesje en goede fietsverlichting zijn uiteraard nuttig om op te vallen. Zo merkt een vrachtwagenbestuurder je misschien sneller op als je nog niet in de dode hoek “verdwenen bent”.’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen