donderdag 15 september 2016

De grammaticaal correcte volzin



Vers van de plank is de documentaire De slag om het Maagdenhuis. Ze blikt terug op de bezetting door studenten in 2015 en laat de hoofdpersonen van toen, met kennis van heden, aan het woord.
Natuurlijk moet deze gebeurtenis optornen tegen de legende van de Maagdenhuisbezetting in 1969, die vijf dagen duurde. In 2015 verbleven er meer studenten ongeveer achtmaal zo lang, maar het is de vraag of de geschiedenis hun een even prominente plaats geeft. ‘De revolutie van de jaren zestig’ heeft vooralsnog betere papieren.
Centrale stelling in De slag om het Maagdenhuis is het ontbreken van elk begrip tussen de partijen. Studentenvoorman Jarmo Berkhout zegt dat de gesprekken nooit gelijkwaardig zijn geweest: bestuurders hadden nu eenmaal de macht.
Om die notoire asymmetrie te legitimeren, en feitelijk selffulfilling prophecy te installeren, gebruiken partijen hun eigen woorden. Bestuurders reppen van hun verlangen naar een ‘dialoog’, studenten ontmaskeren dat gedrag als ‘regentesk’ (en voegen zich zo naar het beeld van ‘de jaren zestig’, dat nogal wat voorgeschiedenis aldus retoucheert. Ook spandoeken met de knipogende slogan Baas in eigen hoofd onderstrepen die vertekening.)
Zelf was ik vooral gespitst op hoe de instituties hun posities vertegenwoordigden. Amsterdams burgemeester Van der Laan kwam gehaaid over. Luisterend, geïnteresseerd, soms complimenterend, leek het alsof hij voortdurend ruimte had gelaten, maar helaas door de studenten genoopt werd tot gewelddadige ontruimingen.
Verhoudingsgewijs was collegevoorzitter Louise Gunning onhandiger, helemaal toen ze verklaarde problemen te willen oplossen ‘met elkaar’. Voor mij is die frase gaan kleven aan Wim Kok, officieel een socialist, toen hij als premier van paarse regeringen een dialoog aanging met collectieve voorzieningen.
Toch ontroerde Gunning me. Ze had een dictie waarvan ik niet wist dat die nog bestond, met uitdrukkingen als ‘zich toegang verschaffen’ ook. Minstens zo aangrijpend was een actievoerster. Haar stem leek rechtstreeks uit Kinderen voor kinderen weggetrippeld.
De slag om het Maagdenhuis gaf verder inzicht in Occupy-vergaderregels met wapperende handen. Ook verplaatste Typhoon het decor ogenschijnlijk naar de historische protestjaren, met een uitvoering van ‘Redemption Song’. Maar die dateert van 1980, toen Thatcher al aan de macht was.
Tot slot zag ik een poster voorbijkomen van The University of Colour, die dik een jaar later van zich zou doen spreken.


Mij liet de centrale stelling over de communicatiekloof niet los. Ik snap dat de partijen niet tot elkaar kwamen, maar vermoed dat ze dat wel hadden gekund. Mijn idee is namelijk dat deze mensen elkaar best begrepen omdat ze dezelfde – ‘academische’ – taal spreken. Hun belangen waren domweg onverenigbaar.
Dat dunkt mij een essentieel verschil met onbegrip, waarbij talen niet eens congruent raken terwijl de drager dit zou behoren te voorkomen. In een essay over digitale media, want daar mik ik op, dateerde Jonathan Franzen de doorbraak van mobiele telefoons op 9/11. Ze richtten ‘een nationale orgie van verbondenheid’ aan.
Franzen beschrijft zijn afgang in een televisieprogramma van die dagen, waar hij de ramp rationeel analyseerde. Zo was hij voorbijgegaan aan de gekweekte stemming. Hij had niet eens tv, waardoor hij onkundig was gebleven van de mare ‘dat de aanvallen een ingrijpende verandering in de persoonlijkheid van New York City hadden teweeggebracht’:

‘Maar over de vraag wat precies de betekenis van de aanvallen was, en de vraag hoe een verstandige reactie eruit zou moeten zien, waren de meningen sterk verdeeld. Dat was misschien nog wel het mooiste van de digitale technologie: geen censuur meer op onze opvattingen en gevoelens! Iedereen had het recht zijn of haar mening te ventileren! (…) En iedereen was het erover eens dat het nu wel gedaan was met de ironie. De kwalijke, lege ironie van de jaren negentig was “gewoon niet langer houdbaar” – we hadden een nieuw tijdperk van oprechtheid betreden.’

Ergens moet dat zijn misgegaan.
Over Twitter verschijnen geregeld artikelen, waarin bekendheden en gezagsdragers verklaren waarom ze, murw en gedegouteerd door reacties, ermee gestopt zijn. Daarvoor lijken antagonisten in vaste dienst: ‘ratten’ die in ‘riolen’ rondwaren.
Ook als niet-gebruiker van sociale media kan ik die afkeer volgen. Bijna reflexmatig, eerlijk gezegd. Dat maakt me wantrouwig, want dat zou betekenen dat er een andere kant mag gearticuleerd. Daar vond ik zelfs uitleg, die ironischerwijs tracht te spreken vanuit het standpunt van de bekendheden:

‘Discussie blijkt een doodlopende weg en je kwinkslagen helpen evenmin, je snedigheid wordt verkeerd uitgelegd, je vileine opmerkingen blijven onbegrepen en voor je het weet loopt je mentionskolom vol met “boze gekkies”, mensen die er volgens jou verkeerde opvattingen en een verwerpelijke stijl op nahouden. Je noemt ze dom, fascistisch, kwaadaardig, gevaarlijk, gestoord en je vergelijkt voor het gemak heel Twitter maar meteen met een open riool.
En je soortgenoten doen mee. De een na de ander vertrekt met veel misbaar. Zie je wel, het ruikt te veel naar het gewone leven. Bah. Op hoge poten, maar bevend van angst stappen jullie naar de uitgang, met grote woorden en opgetrokken neus, zigzaggend langs de ‘ratten’, happend naar zuurstof, terug naar de droomwereld van fatsoen en intellect en de grammaticaal correcte volzin. De wereld waarin alles weer klopt. De wereld van de studeerkamerwijsheid. Jouw wereld.’

Deze verklaring stond op OpinieZ, een site die verklaart te strijden ‘tegen het gif van de politieke correctheid en voor een vrije, democratische en seculiere samenleving’. Ik heb het niet nagezocht, maar meningen over de Maagdenhuisbezetting zouden er niet mals kunnen zijn.
Natuurlijk, het gaat over de ‘Honeypot For Assholes’ die Twitter heet. Eerste revolutionaire maatregelen van Eric Hazan & Kamo berichtte al: ‘Dat men netwerken van steriel en exhibitionistisch geleuter als sociaal kwalificeert, spreekt boekdelen over wat de samenleving in het Westen is geworden.’ Maar die observatie blijft afstandelijk. Geleuter valt te kaderen, te huldigen of te mijden.
Wat op OpinieZ aan de kaak gesteld wordt, gaat over veel meer. Twitter belichaamt een utopie omdat iedereen er met iedereen kan praten. In de uitvoering verwekt dat onbegrip doordat er binnen dezelfde taal minstens twee soorten taal blijken. Over dat conflict, inclusief selffulfilling prophecy, valt evengoed een documentaire te maken. Werktitel: De slag om de werkelijkheid.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen