donderdag 24 maart 2016

Nietzien




Naar verluidt zijn de laatste uren in ijltempo gegaan, maar zou Johan Cruyff zich nog hebben uitgelaten over de aanslagen in Brussel? Had hij ze als ‘logisch’ kunnen bestempelen?

Een sportkenner heeft al berekend dat het legendarische rugnummer 14 de som is van de afzonderlijke cijfers in de definitieve leeftijd 68. Dat laatste getal geeft bij velen andere associaties, en het feit dat JC niet op Goede Vrijdag maar op Witte Donderdag het tijdelijke voor het eeuwige heeft verwisseld, zal allicht ook wat commentaar losmaken.

Mij schiet slechts te binnen dat zijn neutrale gelaatsuitdrukking een toets had die niet anders dan vriendelijk kan heten. En dat mij geen foto’s van hem voor de geest staan, waarop hij een zweem van ongeschorenheid vertoont (i.t.t. tot de vermeende voorganger, die altijd zoon is gebleven).

Wie geen woorden heeft, kan altijd nog beschrijven.

De ongelooflijke film Son of Saul houdt de camera bijvoorbeeld bij één personage. Dat geeft een betrokken standpunt, geen overzicht. Er is gerept van een ‘sensimotorische beproeving’ voor de kijker. Een ander gevolg is dat 107 minuten lang gebeurtenissen op enige afstand van het personage vaag worden, inclusief de geluiden die ze verwekken.

In het begin ziet de kijker de hoofdpersoon terwijl op de achtergrond gehijg klinkt. Seks? Het kan evengoed een worsteling zijn. Het enige wat op een gegeven moment zichtbaar wordt, is dat, na nadering van Duitse troepen, twee gestalten uit een soort kuil kruipen.

Het camerastandpunt heeft iets discreets in een film die expliciet is. De vele naakte lijken ziet de kijker nooit scherp. Behalve eentje, van een jongen die de gaskamer heeft overleefd en dan door een dokter wordt verstikt.

Ondanks andere prangende zaken voor hem en voor zijn mede-Kapo’s, wil de hoofdpersoon deze jongen op traditionele wijze begraven.

Het meest aangrijpende voorbeeld van een discrete camera zit aan het slot. Dan lijkt het onmogelijke gebeurd: de Kapo’s zijn het kamp ontvlucht. Ze rusten even in een houten barak. Als enige van het gezelschap ziet de hoofdpersoon, die de hele film een effen blik vertoond heeft, een jongetje voor de ingang verschijnen.

Voor het eerst lacht hij.

Dan breekt de camera met het vertrouwde perspectief en begint het jongetje te volgen. Deze rent weg en wordt gesnapt door een Duitse patrouille die zijn juist genomen pad inslaat. Maar de kijker gaat het jongetje achterna dat verder de andere kant op rent – en de kijker en het jongetje horen schoten.

Nu worden de Kapo’s dus afgemaakt, maar ook dat blijft onzichtbaar. Is dit wel discreet? Of efficiënt? Of onverschillig?

Bij zulke vragen besef ik geen echte kijker te zijn. Goed dan, de laatste zin van Het Proces, het boek dat volgens Tim Parks werd ‘afgesloten met de onfatsoenlijke haast van iemand die het welletjes vindt’. Of in het verlengde daarvan, de laatste zin van Under the Volcano.

Bizar, zeker wegens Lowry’s in alcohol gedrenkte roman, dat ik bij die zinnen tegenwoordig aan Hitler moet denken die, onder meer, geheelonthouder was. De associatie is ontstaan na een getuigenis van zijn bodyguard over de apocalyps in Berlijn:
 
‘Dat ze de Führer in een granaattrechter hebben gegooid en met benzine overgoten, is natuurlijk laag. Er lag daar zoveel hout, het was een bouwplaats. Ze hadden toch een brandstapel kunnen maken en Hitler daarop kunnen verbranden, zoals ze het in Indië doen? En niet als een hond daar in een kuil gooien.’
 
Toch was de Führer al een stuk richting hemel gegaan, omdat hij tijden onder de grond had geleefd, als het ware in een betonnen dorp. A l’improviste is er nog een verband met Kafka’s oerroman: Hitler wilde met zijn zelfmoord voorkomen dat hij een proces kreeg.

Met zijn smal snorretje, regenjas en vegetarisme onderscheidde de Führer zich van het type vleesetend bolle, quasi-middeleeuws gekostumeerde burger met bakkebaarden. Dat stelt Simon Winder in zijn boek Germania.

Tegelijk wijst deze erop dat bepaalde gedragingen van Hitler in een traditie stonden: het gebogen staan over landkaarten bijvoorbeeld, in gezelschap van adviseurs. De strategieën die dan uitgedokterd werden, konden fataal zijn. Ergens moet Hitler dat hebben beseft. Hij klampte zich soms aan die kaarten vast.

Zowel winnaars als verliezers kunnen zich afvragen waar ze zich bevinden. Uiteindelijk is het voor niemand weggelegd de wedstrijd des bestaans te lezen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen