donderdag 13 november 2014

Bella ciao


Zonder shuffle kom je nergens. Plots klonk er een liedje dat me terugbracht naar lang her. Inspectie leerde dat het ging om ‘Bella ciao’. Ik waande me weer een jaar of zestien, en speelde een blauwe maandag gitaar voor het Socialisties Koor. Een beetje raar want eigenlijk was ik pianist, maar ik deed mee op aanbeveling van de andere, veel betere gitarist die eigenlijk bas speelde.
Moeilijk zal de muziek dus niet geweest zijn. Zeker in vergelijking met de choquerend ingewikkelde jazzrock die we elders dachten te maken, bood dat theoretisch kansen om een groter publiek te bereiken. Adorno heeft geredeneerd dat beschaafde mensen niet meer verontwaardigd hoeven zijn over het radicale, maar zich kunnen verschansen achter de onbeschaamd bescheiden bewering dat ze het niet begrijpen. ‘Daardoor wordt ook het verzet, de laatste negatieve betrekking tot de waarheid, opgeruimd en het aanstotelijke object wordt glimlachend gecatalogiseerd onder zijns gelijken, de gebruiksgoederen, waartussen men de keus heeft en die men kan afwijzen, zonder zelf ook maar de verantwoordelijkheid ervoor te dragen.’
Niks daarvan, toen. Begrijpen! Confronteren! Bloeien!
Volgens de geplogenheden van heden zou ik meewarig of lacherig moeten doen over dat Socialisties Koor, bijvoorbeeld door iets over de spelling op te merken, of omdat volgens de mythe destijds bijna iedereen door partnerruil of toewending tot de homoseksualiteit in een woorddoordesemde scheiding lag. Mij staat een vrolijk en warm gezelschap bij. Wel had ik al een tuinbroek en van mijn ‘kleedgeld’ kocht ik zowel geitenwollen sokken als iets wat een Maojasje heette en eerder ruraal dan onverschrokken oogde.
Misschien denk ik ook met trots terug op het Socialisties Koor omdat het een tijd van grote verwachtingen was. Mij werd verteld dat ik talent had en dat ik daar alles uit moest halen. Later leerde ik dat dit een protestants idee was, nog later las ik Max Weber, maar het hielp allemaal niets. Ik moest me bevoorrecht weten, terwijl ik slechts het ongemak van ‘beter zijn dan’ voelde. Liever saboteren dan exploiteren, dat werd me meteen al duidelijk. Ik wou niet – en bij het Socialisties Koor hoefde dat ook niet. Anders dan het cliché van radeloze betweterigheid wil, was de sfeer er ontspannen, geborgen.
Het is moeilijk voor te stellen dat kinderen toen werden bejegend zoals nu. De gourmande is altijd nogal Hollands in de omgang geweest, maar sinds kort zegt ze me: ‘Liefste papa, kun je me helpen?’ Op het rapport van het taalkundig genie is een lijstje verschenen met gedragspunten van het type kan goed met conflicten omgaan. Op de turnles, een hobby volgens mij, hoort ze dat ze goed vooruitgaat maar bij kritiek ‘niet meer met haar ogen mag rollen’. De verzuiling is niet terug, het idee van onberispelijkheid heeft de publieke levenssfeer domweg opgerold. Dan communiceren we het maximale uit onszelf door allemaal dezelfde taal te spreken – ‘het grootkapitaal’ zal daar geen plaats in vinden.
Ook is het moeilijk voor te stellen dat een politicus in de tijd van het Socialisties Koor een lezing had gegeven zoals Mark Rutte die deze week voor het voetlicht bracht. De overtuiging van gelijkheid, maar dan op sociaal vlak, is passé. De Nederlandse premier onderzoekt juist ‘hoe we de rigiditeit uit ons voorzieningenstelsel kunnen halen, want daardoor staat het betere het goede soms in de weg. Er zit in ons systeem een soort ingebakken angst voor ongelijkheid. Dat is zo gegroeid. Iedereen krijgt hetzelfde, graag of niet.’
Dat persoonlijk voornaamwoord we intrigeert. Rutte pleit namelijk voor individuele vrijheid, die voor hem nu te veel gebonden is aan regels. Hij wenst meer zelfstandigheid en maatwerk, praktisch denken: ‘Niet uitgaan van het gereedschap dat er nu eenmaal ligt en daarmee elk probleem te lijf gaan. Maar andersom: elk probleem op zijn eigen merites beoordelen en daar vervolgens de goede instrumenten bij zoeken.’
Vanuit mijn ouderwetsheid, die plots aanvoelt als een halve eeuw onbeschaafd zijn, vrees ik dat hier slachtoffers van gaan komen. Vanuit de visie van Rutte ben ik mensen in hokjes aan het opsluiten, in dit geval van machteloosheid en achterstand.
Daartegen was ‘Bella ciao’ bedoeld, ook door middel van hoop. Van het partizanenliedje geeft Wikipedia een afgrondelijke Nederlandse vertaling. Ik hoorde het echter in de grootse versie die Wannes Van der Velde maakte voor Kollektief Internationale Nieuwe Scene (elpee De Herkuls ). In de schaduw van een bloem.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen