woensdag 19 februari 2014

Canvassen


Diplomaatje dan maar inleveren? Ik heb altijd gedacht dat canvas verwijst naar de bokssport en dat de gelijknamige Vlaamse televisiezender de woordspelige ambitie in zich droeg de kijker voor meer dan tien tellen knock-out te laten gaan. Nadat ik de term echter in werkwoordsvorm tegengekomen ben, leert Van Dale me:

canvassen
overgank. werkw.; canvaste; h. gecanvast
(na 1950) Eng. to canvas
1 werven, m.n. van kiezers door politici die daarbij bij willekeurige mensen aanbellen


Zou het dan toch niet handig zijn dat deze politici boksen, eventueel met een kek rijmend liedje erbij? Op voor mij onnavolgbare wijze moest ik bij kennisname van het woord ogenblikkelijk denken aan linkse politici – zit er ergens in mij een oerbeeld van een rechtse politicus die, op een markt of zo, de mensen op zich af laat komen?
Niet alleen uit wekelijkse opiniepeilingen valt af te leiden dat linkse politici grote moeite hebben met canvassen, ze kampen ook al een tijdje met de vervreemding van hun kiezers. Dat zou in twee fasen zijn geschied: eerst ‘de arbeiders’ die overbodig raakten door machines, en toen ‘de ambtenaren’ (en volgens Thijs Wöltgens en meer tegenstanders van postideologisch socialisme zelfs de complete middenklasse) die overbodig raakten door computers.
De vraag is wel: wat valt er voor links precies te canvassen? Behalve nostalgie voor de een en heimwee voor de ander? Bij de recentste editie van de Grammy Awards was er bij wijze van geamputeerde reünie veel aandacht voor Paul McCartney en Ringo Starr. Zij traden weer eens met elkaar op, op de wijze van hun generatiegenoten The Rolling Stones: omgeven door een complete band die de muziek verzorgde. Tussen het door facelifts en botoxinjecties overeind gehesen publiek werd de camera gericht op Yoko Ono, toch alweer tachtig jaar, die ‘danste’.
Wordt voor links canvassen dan het soundmixen van minder goed rijmende liedjes?
Een hebbelijkheid van de postideologie is dat weinigen zich nog geroepen voelen op te staan tegen ‘het systeem’ – wat het laatste restje twijfel wegneemt over het bestaan van een nieuw systeem. Een commentator signaleerde zelfs ‘angst om “progressief” genoemd te worden’. De afkeer en kritiek zijn eensluidend: ophouden met die zuurpruimerij vol lumbale superioriteit!
Het idee is dat er thermoskannen vol overleggeleuter aan te pas komen, terwijl men heden uiteraard bij de allerindividueelste koffie een mening plengt. Een bewijs gaf de derde reeks van Borgen, het heerlijke politieke drama dat de vinger aan de pols van de tijd houdt. Bij de oprichting van een tolerante partij wil een bevlogen type een plan voor overheidsbemoeienis verbreiden. Hij maakt daar diverse printjes van, 450 bladzijdes elk – door de voorzitster vergeleken met de Sovjet-Unie in haar ergste dagen.
Is links dus niet bevlogen maar wereldvreemd? Die klacht deed langer de ronde. Jacques Rancière heeft voor de val van de Muur over Bourdieu beweerd dat deze een viool met één snaar is, bijdragend aan ‘het eeuwig hernieuwbare genot van het weten, van het demystificeren en ontmaskeren, van het onthullen van “de mechanismen van het systeem”.’
Toevallig botsten socioloog Merijn Oudenampsen en ex-Groen Links-leidster Femke Halsema onlangs over de vraag wat voor iemand een politicus moet zijn om een stem te krijgen. Iemand die een bovenpersoonlijk perspectief schildert, zoals Oudenampsen wil met een revitalisering van links? Of een mens zoals jij en ik, zoals Femke Halsema beweert met een relativering van links? De laatste wist toen nog niet dat premier Elio Du Rupo de pers zou halen met het verwisselen van een overhemd.
Zelf zou ik het fijn vinden wanneer mensen niet zo zijn als ik, helemaal in de politiek. Van voorbeeldfuncties ontgaat mij de werkelijkheidsaanspraak. Ik snap evenmin waarom politici zich nadrukkelijk als persoonlijkheid van vlees en bloed willen voordoen, al zie ik dat dit een pijler is onder het systeem waarin ze acteren. Ik heb op Halsema’s Twitteraccount gekeken of ze wat beweerd heeft over koning Willem Alexander, die zich recent immers als feilbaar mens heeft bekend. Maar ter zake retweette ze louter drie dingetjes, en even tevoren had ze ingetikt: ‘Kan een persoonlijke tragedie ook eens passeren zonder dat elke Jan Boerenlul er een MENING over heeft?’
Ik moet hier ook alles zelf doen! Is dat trouwens rechts? De koning betoonde zich een burger in zijn sportenthousiasme (dat op mij authentieker overkwam dan dat van de twee politici die hem op de foto’s omringden). Of de koning daarmee ook canvaste, zoals gesuggereerd werd, weet ik niet. Maar verkiesbaar oogde hij nooit. Hij is in elk geval geen burger. Anders zou hij geen pint hebben kunnen pakken met Poetin.
Inzake het oercanvassen kan elke politicus, van welke gezindte ook, beter thuisblijven. Daar is de kans het grootst het evenbeeld te treffen, aan wie in zijn jonge jaren Rutger Kopland een cabaretesk gedicht wijdde:

De macht van het evangelie

De heer die de deur open deed
en die ik vriendelijk vroeg
om hem dicht te laten,
deed dit niet. Ik sloot
de deur. Eerste waarschuwing.

De heer deed de deur weer open
en toen ik hem vroeg dan ten-
minste zijn mond dicht te doen
deed hij dit niet. Ik sloot
de deur. Tweede waarschuwing.

De heer probeerde weer de deur
open te doen, maar omdat ik er
krachtig tegenaan was gaan staan,
lukte dit niet. Ik hield de deur
dicht. Derde waarschuwing.

De heer ramde de deur toen open
en omdat ik even op zij was gegaan
viel de heer op zijn knieën
voor mijn voeten. Ik sloot
de deur. Vierde waarschuwing.

De heer was grauw en zocht ruzie,
maar toen ik vriendelijk zei dat ik
niet hier maar later vreselijk zou
worden gestraft, vroeg hij vergeving
en verdween door de deur, die ik
voor hem open hield.


Het avondgebed wijd ik dus maar aan de vraag of er een canvassische vakterm bestaat voor Jehova’s in volle actie? Zekerheidshalve vervul ik mijn burgerplicht met het antwoord: ‘een voet tussen de deur proberen te krijgen’.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen