woensdag 22 mei 2013

Eerst je handen wassen (1)


Liever dan met een patserig citaat zou ik sommige postings willen beginnen met de spierverrekking van het goede voornemen. Recent zijn hier voorbijgesneld: een culturele elite, een nieuwe middenklasse en kennis in combinatie met een onmogelijk pluralisme.
Het eerste drong zich op bij het Koningslied, een fenomeen waar naar verluidt achtduizend (8.000) columns over zijn gemaakt. In de amper verhulde gedaante van blanke hoogopgeleidheid zou de elite de destructieve ontvangst van de tekst voor haar rekening hebben genomen. Maar bevestigt dit wel het al dan niet complotteus getinte vooroordeel, dat elites zich niet in het openbaar uitspreken? En zouden ze het praktijkadvies ‘milde steniging’ geven, zoals de dichtende stamgast uit DWDD? Of op het internet het verzet tegen de barbarij leiden wegens ‘zwakzinnig’ en ‘imbeciel’?
De laatste kwalificaties kwamen van een columniste, die aanwrijvingen van high brow zo pareerde: ‘En ik heb godverdomme niet eens een bakfiets en we gaan heel vaak naar de snackbar! Dan hoor je toch niet bij de culturele elite?’ Bij mijn oorspronkelijke posting plaatste ik een link naar Susan Sontags camp, maar ik denk inmiddels dat hier iemand aangezogen wordt door clichés én hun representaties. Achteraf springt in het oog dat ook Wim de Bie zich geroepen voelde, per Twitter, het Koningslied te kapittelen. Als nu iemand decennialang culturele codes heeft gekraakt…
Op sombere momenten denk ik dat De Bies werk vooral voer voor een elite is geweest. Aan dat vermoeden dragen zijn relativeringen en ironie bij loftuitingen bij. Zijn voormalige partner Kees van Kooten grossiert in dergelijk gedrag. Aandacht verdienen zijn notities bij zijn poëzievertaling van Billy Collins, waar in alle guitige bescheidenheid achterdocht glimpt over een wel erg torenhoge kunstvorm, met hermetisme en zo. Bij Van Kooten kwam altijd de discussie mee of hij literair serieus genomen kon worden, en tegelijk vertegenwoordigde hij een economische waarde die uitgeverijen overeind hield (transfers in zijn categorie behoren met recht tot het nieuws).
In uitgelezen milieus verkerend maakte Van Kooten over de landsgrenzen deel uit van de entourage van Hugo Claus. Deze auteur is een ideale ingang om te beseffen ‘van hoe ver’ een hoge kunst als literatuur eigenlijk komt. Claus choqueerde in 1972 zelfs zijn vrienden, tot opzegging aan toe, door een interview aan De Telegraaf te geven, het zogeheten rechtse blad dat door zijn zogeheten linkse uitgever niet eens altijd recensie-exemplaren kreeg. Met zijn persoonlijke achtergronden bij Het jaar van de kreeft, in alle opzichten te low voor een als autonoom bejegende roman, kietelde de auteur bijna superieur elites.
Toen was ‘commercie’ een woord dat citroengelijk door gestudeerde en geëngageerde mensen werd uitgesproken. Ik herinner me de moeite die ze zich getroostten om het gezicht in de plooi te houden bij sketches van André van Duin. Dat gedrag tegenover de zogeheten vertrossing is op zichzelf komisch, maar in tweede instantie treurig. Zijn boek Een verhaal dat het leven moet veranderen begon Hans Goedkoop met een historische schets, die vanaf deze tijd rekende. Hij schetste andermaal het drama van (de eerste periode van) het tijdschrift Raster: uitgerekend auteurs die de realiteit het dichtst dachten te benaderen waren het minst gewild. Ze leken trots op dat gebrek aan erkenning en kroonden zichzelf zo tot elite. Ook waren hun maatschappelijke bedoelingen het meest moedig, met vrucht voor de toekomst in het kader van een bevrijding zelfs, zij het dat ze uit buitenlandse boekjes kwamen. Theorie! Het bestaande was bij voorbaat onleefbaar en in den lande als literair geboekstaafde teksten van collega’s verdienden dat predicaat niet eens.
Karikaturale constateringen, maar er toont zich de ervaring die leert. Het Claus-interview legde iets bloot dat complexe procesmatige termen kunnen weergeven. Bijvoorbeeld ‘commercialisering’. Geen idee of belevenissen kunnen worden geëxtrapoleerd, maar zelf had ik er pas mee van doen na het millennium, toen concerns vaste grip op Letterenland hadden gekregen. Ik zag mensen uit het veld idiote dingen uitwerken bij projecties op wat ‘de lezer’ allemaal wel (of niet meer) wilde. Het gevolg was dat men zich soms committeerde aan boeken waarmee zelfs een flietertje sympathie ontbrak. Wat er gebeurde, viel te benoemen in zelfcensuur. Bepaalde poëtica’s en genres kregen het lastig.
Niet ter discussie stond dat men wist waarover men sprak, eigenhandig verklarende teksten kon schrijven et cetera. Het etiket ‘elite’ was nog te verlenen, al begon de lijm reeds los te laten. Een decennium later is kennis goeddeels afwezig geraakt. Door zogeheten ‘zachte vaardigheden’ valt er dan wel adequaat op gebeurtenissen te reageren en zijn er relaties te onderhouden, maar dat netwerk is noodzaak om iets van de grond te krijgen dat enige samenhang moet vertonen.
Frank Furedi die na zijn standaardzwenking van links naar rechts extra apologetisch werd, beweert in De terugkeer van het gezag dat ‘het gesprek tussen generaties’ verstomd is. Dat klinkt reactionair, maar lijkt me voor de praktijk nog niet zo eenvoudig te weerleggen, juist wegens de kekke gewoonte zich te beroepen op een traditie. Deze performatieve acrobatiek levert transparantie op; ideologische resten zijn gefilterd. Na die annexaties valt er te exploiteren. Dan worden andermans, door derden aangehaalde prestaties waarlijk een bewijs voor je eigen ‘rijke verleden’.
Het is dan ook geen wonder dat van alle overheidssteun cultuursubsidies het zwaarst onder vuur liggen. Halbe Zijlstra had ze als begunstigend staatssecretaris à 200.000.000 euro richting afgrond geduwd, de elite zou met de vernietigende kritieken op het Koningslied à 150.000 euro wraak hebben genomen. Maar Zijlstra, lid van een partij die in de jaren zeventig al de verzorgingstaat wilde ombouwen tot waarborgstaat, was amper begonnen. En de geloofwaardigheid van de begunstigden groeit niet wanneer ze, zeker in literatuur, in een defensieve reflex schieten. Of wanneer zelfs op de meest gerenommeerde plek derden, ingehuurd of als stagiair, het denkwerk moeten opknappen. Chicken squawking! Source it out, baby! Ook mede mogelijk gemaakt door letterenfondsen, en zichtbaarder: een cultureel programma met Andy van der Meijde, inclusief ghostwriter. My gluteus maximus voor wie deze kanttekening arrogant vindt! Overheidssteun was toch bedoeld als correctie op de markt?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen