woensdag 10 april 2013

Soothsaying


Victor Klemperer boekstaafde: ‘Er bestaat geen vox populi, alleen maar voces populi, en welk van die verschillende stemmen nu de ware is, ik bedoel: de stem die de gang der gebeurtenissen bepaalt, is alleen maar achteraf vast te stellen.’ Zelf ben ik opgegroeid in een tijd waarin beugeldragers, lang voordat de marktwerking naar het vasteland van Europa werd gestuwd, losers heetten. Eenmaal volwassen zong het dan weer rond dat zo’n buitenboordding onwijs hip was.
Ik geloof dat het me allemaal lauwig liet en dat ik een ongearticuleerde voorkeur had voor schots en scheve gebitten (uitzonderingen bevestigen de regel). Over een facet daarvan, het spleetje tussen de voortanden, ben ik op een goed moment aantekeningen gaan maken. Dat begon hartstochtelijk en, zoals dat met vele projecten gebeurt, door de jaren heen temperde de vaart. Pas onlangs realiseerde ik me dat daar ook een niet egogerelateerde reden voor kan zijn: het spleetje dreigt bij jongere laaglandse generaties uit te sterven.
In België staat het gebit onder permanente esthetisering. Het start met educatieve toestanden voor de beste hygiëne, waarbij de spiegeltjes en kralen ingewisseld zijn voor borstels en brevetten en waarbij ‘leuk’ en ‘gezond’ (zelfs bij snoepjes die knabbels heten) sleutelwoorden zijn. Op de achtergrond doemt dan al een onwaarschijnlijk geavanceerd systeem van verzekerde en tegemoetkomende vergoedingen. Vroegtijdig als ‘preventie voor anterieure traumata’, en wie zich voor de vijftiende verjaardag aanmeldt, al dan niet geholpen door een sociaal-cultureel milieu dat daar heil in ziet, staat nog een heel orthodontisch pakket te wachten.
Men heet wel gek om daar geen gebruik van te maken. En zo ontstaat een dubbelzinnigheid waarvan ik niet weet of ze landsgebonden is: gemeenschapsgeld verdwijnt met een bijna vanzelfsprekende noodgang in een duistere muil (dat vond ik ook zo geestig aan de heftige reacties op de offshoreconstructies in den lande – mij zijn termen als arrangeren en foefelen uitgelegd die te maken bleken te hebben met een specifiek verdriet van België inzake de belastingen). Wel beginnen al die rechtgezette jeugdige gebitten verregaande gelijkenissen te vertonen. Er zou iets kunnen ontstaan als de confectiemond, waarvan de mensenkop een tikje minder karakteristiek wordt.
Afgelopen weekend was op het Nederlandse journaal een ongeveer halfjaar oud nieuwtje over Israëlische kinderen. Ze hadden stamboeknummers van hun grootouders, in kampen door nazi’s verstrekt, in de arm laten tatoeëren. Een meisje verklaarde dat ze dit had gedaan om de herinnering aan haar opa levend te houden en zijn verhaal voort te vertellen. Op een of andere manier verbaasde het me niet dat ze een spleetje had.
Amper bekomen was er nog een toonbeeld. Na de dood van Thatcher was het op significante plekken feest. Er dook een oudere dame op met onderscheidend kenmerk. Zij zal beseffen dat louter dankzij solidariteit propere gebitten niet slechts voor marktgetrouwe individuen zijn weggelegd.
Volgens de conventies van het bloggenre zou ik nu iets resoluuts moeten zeggen over die doodsfuiven. Vanuit een hedendaagse ontluistering dunkt het me allemaal echter te heftig en ingewikkeld om daarover te oordelen. Wel verheugt de rol van popmuziek in de recente geschiedenis. Media gaven reeds in hun kieteling van een groepsidentiteit lijsten met liedjes, maar iedereen lijkt geneigd Thatcher van een soundtrack te voorzien, zowel daar als hier.
Kennelijk valt de dame, en ik kopieer slechts een gemeenplaats, niet anders te herdenken dan vanuit een private invalshoek. Daar zit ik dan met mijn spleetjesperspectief. Ben ik nog niet wat jong om een potje te gaan sublimeren? Misschien is vragen stellen een leuk en gezond spel. Kun je door een stiff upper lip wel een spleetje zien? Is de prijs die men voor solidariteit betaalt per definitie het inleveren van distinctie? Mocht het spleetje wederkeren in de Lage Landen, verraadt dat dan iets over afnemende of toenemende sociale cohesie?
En dan nu de één-miljoen-euro-vraag: is het onder vuur nemen van de tijdgeest een bijproduct van de tijdgeest? In dat geval zijn er verregaander consequenties te trekken uit Klemperer en behoren de meest elitaire kritieken tot de voces populi.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen