zondag 25 november 2012

Halleluja

Het beest is onder ons. Dit weekend heeft het taalkundig genie Kikker te logeren, die ik ken als een frappant op zijn schepper gelijkend fictioneel wezen, maar die uiteraard ook te verkrijgen is als gadget, met een handige gleuf onder zijn nek voor het poppenspel. Als mascotte van de klas verblijft Kikker elk week ergens anders. Hij heeft een rugzak bij zich, met onder meer een knuffel, een groene handdoek, een groene washand, shampoo (van Jip en Janneke), tandpasta (aardbeiensmaak) en een tandenborstel.
Iedereen wil natuurlijk het beste voor zijn kroost, da’s altijd zo geweest, en we willen ons absoluut niet laten voorstaan op een legendarische Vlaams-Hollandse gastvrijheid, maar we zijn al wel wat gewend, ook betreffende het mee-eten. Aan onze tafel is naast de plaats van de gourmande permanent een vijfde stoeltje aangeschoven, waarop een kale babypop zit en een teletubbie.
Samen met het taalkundig genie heb ik Kikker daarstraks in zijn pyjama gehesen en verder. Ze had me meer dan eens op het hart gedrukt dat we bij het tandenpoetsen moesten doen alsof. Maarten had dit namelijk niet begrepen en sindsdien heeft Kikker een verbeten trek om zijn mond. Inmiddels slapen ze al – kikker, zijn knuffel en het taalkundig genie, bedoel ik. Ik vermoed dat zij, gestoken in haar nieuwe slaapshirt met het opschrift ‘TOUCH ME (and I’ll kill you)’, droomt over morgen.
Bolkenstein heeft gezegd dat ouderen niet alleen vanwege de pensioenen en gezondheidskosten duurder zijn maar ook minder geneigd tot ‘innovatie’ dan jonge mensen die eerder bereid zijn ‘risico’s te nemen’. Inderdaad zal Kikker vanaf morgen te bewonderen zijn in een revolutionair fluorescerend hesje, zodat hij net als het taalkundig genie beter zichtbaar is in het verkeer. Redelijkerwijs gaat haar dit bij de juf een beloning opleveren die bij mijn weten nog niet onderhevig is aan inflatie: een stempel.
Dat het beest waarlijk onder ons is, ervoeren op een oneindig grimmiger niveau omwonenden in de zaak-Vaatstra. Hoe absurd het ook klinkt (‘Een Nederlander snijdt geen keel door, hij wurgt liever’), de dader blijkt echt geen asielzoeker. En dat zo kort na de ontdekking van een splinternieuw dier, de junglepoes: ‘Hoge jukbeenderen, ravenzwarte haren en een brede lach die een gebit blootlegt dat wijst op een afkomst waar de orthodontist een mensenrecht is.’
Wel gaat het om een beest dat van oorsprong een mens was, uit Denekamp, maar in Colombia een lichtelijk andere aard begon te vertonen: ‘de kille guerrillastrijdster voor wie executies even normaal zijn als het drinken van ochtendkoffie in de jungle.’ Zou Starbucks ook daar een nieuw filiaal hebben geopend, inclusief belastingomleidconstructie, via Denekamp dan?
Naar het stuk dat deze primeur uitserveerde, waarin het alsof verzonk, verwees Arnon Grunberg gisteren in zijn Voetnoot op de voorpagina van de Volkskrant:

In een groot interview door Robbert-Jan Friele dat afgelopen zaterdag in de Volkskrant stond, zei Tanja Nijmeijer dat de FARC wapens had opgepakt ‘ter verdediging van een groep mensen die altijd enorm is mishandeld en misbruikt.’
Sommige mensen noemen Nijmeijer een terroriste, maar in Zuid-Amerika doen de methoden van de staat niet onder voor de terroristische methoden van de vijanden van de staat.
Verder kunnen we ons het onrecht voorstellen als inbreker. Nijmeijer wil die inbreker doodslaan, iets wat de heer Teeven en driekwart van de Nederlanders toejuichen. Toegegeven, de meeste Nederlanders zijn alleen bereid hun eigen inbreker dood te slaan. Nijmeijer wil ook andermans inbrekers doden, maar dat is naastenliefde.
Ook brengt zij haar idealisme in praktijk in de periferie en niet in Nederland, geheel conform de westerse strategie oorlogen in de periferie uit te vechten (Afghanistan, Irak).
Kortom, Nijmeijer verdient een lintje van onze koningin.


Wat willen deze 147 woorden? Ik heb de indruk dat hier het wat-je-zegt-ben-je-zelfargument weer eens van stal wordt gehaald. Het is vooral populair op internet, dat de ontmaskering wil laten zien, omdat alles te reduceren blijkt tot een pakketje schroot met een dun laagje chroom. Daarmee citeer ik Het Goede Doel, een fenomeen waar ook, conform de regels van de onbegrensd geliefde sport meelopen en zeker sinds het regeerakkoord, steeds vaker het banale en blinde egoïsme van wordt onthuld.
Het alsof in het algemeen en dat beschaving evengoed een dun laagje vernis is (bij de ander?), schijnen thema’s in het werk van Grunberg waarin ik nog niet verder ben, maar volgens mij gebruikt hij de woorden ‘wij’ en ‘onze’ ironisch, en de woorden ‘idealisme’ en ‘naastenliefde’ cynisch. Wat zegt dat binnen een maatschappij die nivelleren en solidariteit als pejoratieven ging beschouwen? Is het een idee wanneer Grunberg zijn embedded reportages eens uitprobeert aan de zijde van Nijmeijer, in de gerieflijke jungle van Colombia?
Ondertussen wil het alsof er bij de gourmande niet echt in. Nu de herfst definitief lijkt ingetreden, hebben we tegen de tocht voor een paar deuren van die langwerpige kussens gelegd, in de vorm van dieren. Twee muizen, om precies te zijn, en nu durft de gourmande daar niet meer naar binnen of buiten en moeten we haar telkens over de muizen heen tillen.
Al onze pogingen om haar angst te bezweren mislukken. Vermoedelijk speelt de geschiedenis hier tegen ons. Hoe vaak heb ik de gourmande niet gezegd dat ik haar zo lief vind dat ik wel een stukje van haar zou willen opeten? Hoe vaak heb ik haar niet voorgelezen uit Roodkapje (de integrale hap van de boze wolf valt wel integraal te repareren)? Vanmiddag heb ik mijn beide voeten op een muis gezet, eentje op zijn kop en eentje op zijn staart, en verzekerd dat er nu dus geen enkel gevaar meer was om eroverheen te stappen. Puur logisch bezien was dat misschien niet zo slim. Net als een eerdere, geruststellend bedoelde uitspraak mijnerzijds: ‘Wees maar niet bang, de muis slaapt.’
Wat zou er gebeuren wanneer de junglepoes zich tegen de tocht voor de deur zou posteren? Ik weet bijna zeker dat, uiteraard nadat de objectieve internationale pers vertrokken zou zijn, de gourmande met liefde over de drempel zou stappen. Hopelijk had ze daarbij te horen gekregen dat ze niet bang hoeft te zijn.

zondag 18 november 2012

Langsam, schleppend

Frank Zappa liet het in het midden. Terwijl een markt afbrandde, nam iedereen ‘a turn to stomp & smash & bash & crash & slash & bust & burn’. Maar dat zong hij al ‘watching and waiting’. Iemand schreef ooit dat de meeste muzikanten illusieloos zijn wegens een gekoesterde, heilige weerzin van de ongeneeslijke snotneus in de mens. Je weet dat Zappa, over dat tafereel solerend op zijn gitaar, met gilletjes opgezweept werd door zijn toetsenwonder George Duke (zeker op de versie van Roxy & Elsewhere, een elpee die bekend raakte bij een breed publiek, zij het door de kwinkslag ‘Jazz is not dead, it just smells funny’). Is toekijken hetzelfde als getuige zijn?
Momenteel worden we overspoeld door berichten uit Amerika, over een generaal en nog een generaal en vrouw en nog een vrouw – iets waarvan mij, niet als enige, de portee ontgaat, behalve dat me wetenswaardigheden in de maag worden gesplitst die ik niet wil weten. Tegelijk speelt een toonaangevende Vlaamse krant het klaar om een wisseling van hoofdredacteurschap te begeleiden door een interview dat op zichzelf een nieuwe vrijetijdsbesteding introduceerde, een combinatie van sport en muziek: het aanfluiten. Het leidde tot een interview bij de concurrent:

Kan u iets zeggen over het vertrek van uw voorganger?
‘Neen, dat moet u aan mijn uitgever vragen.’
Die verwijst me door naar u.
‘Dan blijven we in kringetjes draaien, maar toch ga ik er niet op antwoorden.’


Snap jij zulke bescheidenheid? De journalist die een klein uur meeluisterde met het genezingsgesprek tussen Michele Martin en de vader van Julie omdat de gsm van een bemiddelaar op de grond was gevallen en toen automatisch contact maakte met het nummer van die journalist, liet de veroorzaker van dit ongelukje tenminste opdraaien voor de kosten, interlokaal maar misschien tegen dalurentarief.
Er viel een folder in de bus met als opschrift ELKE GRAM TELT. Ik dacht, ja, da’s waar, hier met die toenemende drugshandel bij de speeltuin. En las over oud goud. ‘U wordt betaald aan de dagkoers’. Would ya like some mora?
Een naar een vrouw vernoemde storm legde Wall Street lam, en meer? Waar Zappa heterogeniteit wist te schakelen, verwekte deze Sandy een tweesporenbeleid in de wederopbouw: bankierachtigen eerst, dan de Dickens-personages.
Elk op de Gazastrook van zijn geweten zoekend naar een dynamo of naar familiebetrekkingen?
Stel dat een bankier die onwel wordt op straat een behandeling krijgt die hij zijn klanten geeft. Op het hoogtepunt van de hypotheekbubble heeft een CityBanks-topman verordend: ‘As long as the music is playing, you’ve got to get up and dance.’ Nee, zeg dan liever achteraf: ‘Ik ben nooit bankier geweest en mijn begrip van die materies is relatief oppervlakkig.’
Hopelijk heb ik dat oordeel, nu je me aanbeveelt nooit meer kwaad te worden, niet te scherp uitgesproken. Iemand schijnt, als ik het me blootshoofds goed herinner, geschreven te hebben: ‘Schelden is een vorm van Hollandse wijsbegeerte’.
Ik knipte de televisie aan. Het zal je wel niet interesseren, maar het ging over literatuur! Nu ja, over een sponsorprijs, die zich ‘de belangrijkste’ wist. De voorzitter uit het maatschappelijke veld legde net zijn decorum af om een cliffhanger van één minuut lang op te zeggen inzake de bekendmaking na het journaal. Toen bleek dat ‘de winnaar’, maar dit bleek uit de vakpers, te verklaren viel uit het feit dat hij ‘vaker was genomineerd’.
Buitel ik weer in een atavisme? Iemand schreef: ‘Calvinisme is niet dood, het ruikt alleen anders’.
Naast calvinisten stonden ook andersgelovigen, weet je nog, op het kantelpunt van de jaren zestig naar zeventig aan de wieg van Solidaridad. Deze interconfessionele organisatie doet aan armoedebestrijding in wat de Derde Wereld heette maar waartussen inmiddels een paar grootverdieners zitten (Argentinië, Brazilië), die door de crisis op hun kantelpunt balanceren. Uit Solidaridad kwam, vlak voor de val van de Muur, Stichting Max Havelaar voort, een zogezegd seculiere tak.
Laatst was het bal. Fair trade cacaoboeren in Afrika zouden van Havelaar geen hogere prijs ontvangen dan uit het reguliere inkoopvoorgeborchte. Het zou hun zelfs ontgaan dat ze fair trade zijn. Volgens de hedendaagse zede bleek Havelaar degene bij wie het geld aan de strijkstok hangt en kregen aantijgingen van ‘legale corruptie’ en ‘smerig neo-imperialistisch altruïsme’ weerwoord van de baas. Volgens hem gingen opbrengsten naar coöperaties waarbij boeren, van wie een gedeelte niet kan lezen en schrijven, zich hebben aangesloten om sterker te staan, en probeert de stichting in hun belang volumegroei te realiseren. Wat jij?
De medeoprichter van Max Havelaar en huidig directeur van Solidarad, dat het keurmerk Utz in petto heeft, snapte met pijn in het hart de kritiek. Mij lijkt dit soort berichten koren op de molen van lui die geageerd hebben tegen mogelijke gevolgen van de inkomensafhankelijke zorgpremie voor hun portemonnee. Liefhebbers van Radiohead schijnen te bewijzen dat de jaren zeventig nog massaler worden verdrongen dan aangenomen, maar voor onverhoopte bekommernis om de gevolgen voor de teruggedrongen ontwikkelingshulp, was hier het ultieme tegenbewijs.
Berlusconi (76) kent tenminste geen weggegooid geld. Heb je meegekregen wat hij riep na zijn veroordeling tot vier jaar cel wegens fraude? ‘Als je er in een land niet van mag uitgaan dat de rechters onpartijdig zijn, dan wordt dat land onciviel, barbaars en onleefbaar, dan houdt zo’n land op een democratie te zijn.’ Nog een geluk dat hij een wet had uitgevaardigd dat politici boven de zeventig straffen thuis mogen uitzitten, en dat hij dan om dezelfde reden na één jaar amnestie krijgt. Mocht het ondenkbare gebeuren en de man overlijdt, liggen er hopelijk genoeg standbeelden voor hem klaar. Op elk daarvan zal een bepaald stukje zijn gepolijst, met de geheel vrijblijvende suggestie Kiss my aura.
Nooit meer aanfluiten dus? Bij een bericht over iemand constateer ik dat deze gaande de jaren uit mijn gedachten is geraakt, terwijl ik, vanuit een ander land, zijn postcode nog kan opzeggen. Daarom spelen we een liedje.

zondag 11 november 2012

Hier blijven half alle oogenblikken

Hoewel er met Obama’s herverkiezing en het Chinese partijcongres grote slachtpartijen op de wereldagenda stonden, was ik afgelopen week vooral wat ontdaan door twee sterfgevallen. Misschien juist omdat het twee heren op zeer respectabele leeftijd betrof – danig veel oudjes zullen lang leven zonder dat de meerderheid van hen over voldoende middelen beschikt (gaan kippen tzt wraak nemen door in bejaardenfabrieken bij de populatie het dagelijkse eet- en geneespilletje weg te pikken?).
Dankzij de taaltrendantenne van Van Kooten en De Bie bestaat er zoiets als een krasse knar, maar de invulling daarvan is velerlei. Het fysieke aspect valt te aanschouwen bij Grace Jones die, voorbij haar zestigste, als een routineoefening gedurende de volledige lengte van ‘Slave to the Rhythm’ de hoelahoep (het taalkundig genie zegt: helahoep) rond haar heupen laat draaien.
Minstens zo bewonderenswaardig is het vermogen alert te blijven. Dat toonde Elliott Carter. In het laatste interview voor zijn dood staat zijn teller op 103 jaar en hij is volop in de weer met celliste Alisa Weilerstein. Niet alleen charmeert hij haar. Wanneer ze uit zijn werk begint te spelen, uit hij detailcommentaar terwijl hij met zijn ogen zowat in de partituur moet kruipen. Mij dunkt dat Weilerstein geïnspireerd raakt. Carter krijgt extra glans in combinatie met die andere avant-gardist, Anton Webern. De een stierf door een onnozel misverstand vroegtijdig en de ander leek, tot deze week althans, niet te kunnen vergaan.
Mijn tweede betreurde is Clive Dunn. Voor mij is hij verbonden met de comedyserie Dad’s Army. Daarin speelt hij met zoveel panache een van de oudsten dat hij, natuurlijk, een van de jongste acteurs is geweest (heden leeft louter private Pike nog). Hij blijkt uit dat type eveneens winst te hebben gepeurd als zelfstandige. Zijn hit ‘Grandad’ uit 1971 werd bedacht door Herbie Flowers, bassist op Lou Reeds weinig later verschenen Transformer. Op die elpee arrangeerde Flowers het oubollige ‘Goodnight Ladies’ en speelde er tuba op, een fremdkörper dat met de kennis van Dunns hit, voor mij na vier decennia, alsnog begrijpelijk wordt.
Wie zelden of nooit Dad’s Army heeft gezien, kent mogelijk toch twee zinnetjes die door Dunn in zijn rol van korporaal werden uitgesproken: ‘Permission to speak, sir’ en ‘Don’t panic’. Beide zijn performatieve boemerangs. Het laatste zinnetje bezigt de korporaal tegen ondergeschikten en heeft het tegenovergestelde effect, en met het eerste eist hij aan hoger geplaatsen iets op wat het zojuist had geannexeerd. Ik lees nu dat Dunn een overtuigd socialist was en zijn captain Mainwairing in werkelijkheid een conservatief.
De serie is in die zin Engels dat er standsverschil wordt uitgespeeld. Het is de sergeant die de klasse bezit (met bijbehorend succes bij vrouwen, inclusief zweem dat private Pike zijn kind is). Dad’s Army blijft waarschijnlijk herkenbaar, omdat de hoogste in rang alleen formeel de baas is. Hij bekrachtigt besluiten die anderen, al dan niet brutaal, genomen hebben. Soms lijkt het zelfs of Mainwairing pas als laatste de regie krijgt. Uitgerekend hij moet zich het meest aanpassen aan de omstandigheden, en vanuit deze basis, gevoegd bij zijn achterafpraatjes dat alles gepland zou zijn, werkt het effect van deze reeks. Het kan evengoed tragisch heten. Zo toont het zich althans, oneindig subtieler, in de Deense prachtserie Borgen, momenteel op de Vlaamse televisie, waarin een premier, die wel zelfkritiek heeft, zich hoofdzakelijk bezighoudt met het ruimen van puin dat door voorgangers, collega’s en journalisten wordt geschapen.
Dit gegeven vreet aan de autonomie en wordt saillanter met de discussie over de vrije wil, die door hersenonderzoek is herontbrand. Het schijnt business as usual dat mensen fabuleren om andermans gedrag en oordeel tot dat van zichzelf te maken. Dat kunnen Obama – voor zover hij dat al niet ervaren had door de republikeinse meerderheid in het Huis van Afgevaardigden – en de partijbonzen te China alvast in hun zak steken!
Nu ik het er toch over heb. Dezer dagen stond de omgeving in het teken van Sinte Metten of Maarten, zoals hij in Nederland heet. Voor diens glorie zingen kinderen aan de deur, in ruil voor zoetigheden die zich volgens het oorspronkelijke lied, nog door Wannes van de Velde gezongen, beperken tot een appel of een peer. Of een koek of een pastilleke, dat in dit zorgstelsel van chocola is. Gisteren heb ik een Sinte-Metten-avondoptocht gezien. Zacht gezang en lampiongeflakker langs deuren. Soms gingen ze open, vaker bleven alle rolluiken dicht.
Vandaag was het een rare dag.
Ondertussen hebben in mijn geboorteland, ver weg binnenkort, de verse regeringsbazen in zichzelf de captain Mainwairing ontwaard. Doordat ze de zorgpremie inkomensafhankelijk wilden maken, begon niet alleen de onvermijdelijke Hans Wiegel te roepen dat dit ‘nivellerender dan Den Uyl’ is, maar haakten vele VVD-stemmers af. Het is me niet ontgaan dat door de melkkoe van de kenniseconomie het klassenonderscheid van Dad’s Army vervaagde en dat overal ter wereld de middenklasse de klos is en wellicht heb ik de laatste tijd te veel teksten gelezen waarin ondernemers klagen over hoge kosten en waarin ‘overleg met sociale partners’ wordt geëist omdat de banenmarkt ‘rigide’ is en ‘flexibeler’ moet voor ‘de concurrentiekracht’ – maar ik word langzamerhand moe van vingers die bij het geringste plan dat in de ether komt op de eigen knip gaan.
Ditmaal sputterden inkomens vanaf tweemaal modaal: zo’n 66.000 euro of hoger dus… Mij is onbekend wat Sint Maarten opstreek in de tijd dat hij zijn overjas doormidden hieuw voor een blote bedelaar, maar tegen nivelleren maakte hij in elk geval niet bij voorbaat bezwaar. Sterker, volgens een voornaamgenoot was hij schrieperig geweest: ‘Aan u naaste in nood / Gaaft gij een helft, geen ganschen mantel.’
Maar misschien had de bisschop in de vierde eeuw na Christus nog niet uit de vakliteratuur begrepen dat zijn daad een geïnternaliseerd voorschrift van een Derde was. In hoeverre kan Die zich eigenlijk vrijwaren van invloed? Ondermaans waagt de naar verluidt machtigste man ter wereld niet verder te kijken dan ‘four more years’. En elders?

zondag 4 november 2012

Something to be sure

Nu de Vlaamse Boekenbeurs bezig is, kun je er vergif op innemen dat hoon uitgaat naar successchrijvende televisiekoks. Je kunt je echter afvragen hoeveel procent van de literaire populatie de spirit heeft om aan het bestaande meer toe te voegen dan designconformisme. Een mespuntje respect lijkt op zijn plaats. Ik meld me voor vergelijkend warenonderzoek. Helaas, in tijden van het Noord-Nederlandse regeerakkoord biedt mijn voornaam zelfs foutief gespeld louter een platform voor guillotinaire toestanden. Een ander voorbeeld kan gelukkig volstaan: zelfs in de beste families, weet ik toevallig, verwijst de zonder blikken of blozen over tafel gaande ‘Jeroen’ niet naar Brouwers noch naar Mettes noch naar Olyslaegers.
Dat mijn bijnavoornaamgenoot in het defensief zit, komt natuurlijk door mogelijke gevolgen van het regeerakkoord, getiteld Bruggen slaan. Uiteindelijk lijkt voor stemmers de portemonnee nog meer een graadmeter dan een krantenkop. Dat onder de bevolking spijt afgetast wordt voor steun aan een partij terwijl de formatie nog aan de gang is, en dat de officiële opiniepeiler op ditzelfde item doorgaat na het regeerakkoord, dus nog altijd voordat het kabinet is begonnen, vind ik nogal luguber. Wel amusant dunkt me dat amice Bolkenstein de term ‘linkse broeders’ al uit de mottenballen gehaald heeft.
Het zijn feestelijke, maar prangende tijden. In het banenbijvoegsel bij de weekendkrant vertelde een columnist dat het dermate rustig was op zijn werk dat hij het koffiezetapparaat niet had aangesproken en uit een Senseo had genomen – voor consumptie moest alleen het schuimslib nog weggeschept. De index van het bijvoegsel die normaal een dubbele, meerkolommige pagina nodig heeft voor een overzicht van de vacatures, was deze week zelfs met grotere regelafstand miniem, omdat er vier (4) banen te besolliciteren waren.
Een reden te meer dat literaire auteurs als bekendheden meedoen aan vakantieprogramma’s, zelfs in de zuurste lucratieve worsten happen die hun voorgehouden worden, en dat televisiekoks boeken zijn gaan publiceren: iedereen kent het recept van een appeltje voor de dorst. Of zou het publiek niet capabel zijn om werkelijkheidniveaus te onderscheiden? Vanmorgen speelde het taalkundig genie poppenkast met haar handdieren achter de stoel van de gourmande die ademloos toekeek totdat de draak de rugspijlen begon aan te vreten.
Wel heb ik inmiddels een aantal afleveringen van Dagelijkse kost gezien en steevast refereerde ‘Jeroen’ aan gewoontes van zijn ‘grootmoeder’. Is over literair auteur Willem Wilmink, die zich positioneerde als gewone man, beweerd dat hij op basis van zijn verhalen een grote familie moet hebben, bij ‘Jeroen’ heb ik het vermoeden dat hij het grootste aantal grootmoeders van de hele wereld heeft. Dit bezit kan renderen. Mij bleek de afgelopen jaren uit de koffiebranche dat alles wat met oma’s te maken heeft staat voor betrouwbare kwaliteit en authenticiteit. Hoewel mij is verteld dat de mijne zich vooral bezighielden met kwijnen, moeten grootmoeders uitzonderlijk druk en bekwaam zijn geweest. Ook op culinair vlak. En ik beken, in mijn bezit zijn meerdere recepten van hachee en hangop, maar op het moment suprême zoek ik altijd mijn heil bij Grootmoeders grote keukenboek. Nostalgische recepten en praktische tips.
Waren grootmoeders ook beter in taal? Theoretisch gezien konden ze in dat geval helderder denken. Ik ben retrospectief benieuwd wat ze zouden vinden van de openingszin van Bruggen slaan: ‘VVD en PvdA delen een onverwoestbaar geloof in de toekomst, een rotsvast vertrouwen in wat Nederlanders samen voor elkaar kunnen krijgen en de diepe overtuiging dat ons land de komende jaren een stabiel en daadkrachtig kabinet nodig heeft om hiervoor kracht en energie vrij te maken.’ De vetjes heb ik zelf toegevoegd, ter overweging, gesteld dat een agent het regeerakkoord aanbiedt bij een literaire uitgeverij. Ik acht dat denkbaar vanwege de personificatie in de titel, die duidelijk de tweede regel wil vervangen van het extreemlinkse canongedicht dat begint met ‘Rozen verwelken’.
Het zal deze ambitie zijn die de bepaling in het regeerakkoord heeft veroorzaakt waardoor immigranten, willen ze in aanmerking komen voor een uitkering, het Nederlands moeten beheersen. Aan die eis kleeft wel nog een technisch bezwaartje, plus wat ideologisch basaals. Maar daarna zijn we allemaal familie, waarschijnlijk met muziek en zonder poespas.
Door Beertje Pippeloentje had ik ontdekt dat het taalkundig genie het woord ‘visite’ nog niet kende.
Mijn respect voor televisiekoks is ondertussen aangezwollen. Een gemarineerde rodekool van 'Jeroen', of van één van zijn grootmoeders, liet zich uitstekend combineren met falafel in een pitabrood, zodat de schijnbaar oer-Vlaamse keuken een mediterraan tintje kreeg waarbij het spreken van Nederland en Nederlands doofde.
Uiteraard kan ik het me als zelfverklaard kritisch schrijver niet permitteren me slechts inlands te laten inspireren.
Toen ik onlangs op een pompoen bij uitzondering niet ‘het recept van Jamie’ losliet, wiens roostervariant in die zin very cunning is dat er niet voor hoeft te worden geschild, merkte ik bij een andere, niet eens volledig geslaagde bereidingstip dat, terwijl schillen normaal mijn raison d’etre is, bij deze polyvalente vrucht ontspanning een serieuze en imperfecte inspanning kan worden.
Is daarom ook mijn ontzag gegroeid voor de Amerikanen? Ik bedoel, wat die deze weken zonder taalbarrières, too big to fail, ter gelegenheid van Halloween aan pompoensnijwerk in Europa hebben weten te introduceren, grenst aan het onwaarschijnlijke. Nog even, en ik word echt bang geen mening te hebben.

Update
De cascade van bijvoeglijke naamwoorden in Bruggen bouwen blijkt door formateur Bos al te zijn ingedamd, vergeleken met Samsoms origineel – eat your pie!