dinsdag 7 augustus 2012

Gutbürgerlich (2)

Helga Aufschrey arriveert na een omweg in haar geboortestad Dülmen. Als gezegd schrijven we 1962, de Muur stond er net, en vaderlief haalt haar van het station. Volgens hem worden de aanhoudende rellen tussen jeugd en politie in Helga’s schier immense studiestad München veroorzaakt door ‘tuig’ en ‘nozems’. Helga weet dat Hermann Simon er iets mee te schaften heeft, een muzikant op wie ze half en half verliefd is.
Ze zwemt met twee jeugdvriendinnen, gaat met hen naar de film, eet in hetzelfde koesterende gezelschap een broodje brat- of bockwurst en loopt, in dit gat te Westfalen, Hermann tegen het lijf. Al liftende naar Sylt is hij gestrand in Dülmen, waar hij een slaapplaats zoekt. Hij is reeds de deur gewezen door Helga’s inwonende grootmoeder.
Boven een banketbakkerij waar een van de vriendinnen werkt, mag ‘het verfijnde heerschap uit München’ verblijven. De drie vrouwen voeren hem slagroomtaart en wijn, terwijl hij piano speelt en, om de bewijzen van de politionele interventies te balsemen, van zijn bovenkleding wordt ontdaan. (Door te eten stijgt de stemming werkelijk, net als in Schultze Gets the Blues , waar de uitheemse muziek des hoofdpersoons Oost-Duitse vrienden pas overtuigt na het eten van jambalaya ‘uit Louisiana’). Voordat het tafereeltje trekken krijgt van een orgie, valt Helga flauw.
Daags erna wordt ze 23, wat in familiekring wordt gevierd. Bij een etentje is het voedsel zo traditioneel dat de à l’improviste de politesse uitgenodigde Hermann diep moet nadenken wanneer hij het voor het laatst, tot genoegen, gegeten heeft. In een domesticatiepoging wordt hij geacht ook hier piano te spelen. Van een van Helga’s vriendinnen krijgt Hermann een seksueel aanzoek.
Het sfeertje komt DDR-achtig over. Dan baseer ik me op de oral history die Joost Niemöller vlak na de hereniging bedreef in Over de Muur. Oostduitse levensverhalen. Een deel van ‘het systeem’ wordt er onder meer aldus uitgeduid, dat eten existeert bij de gratie van een beperkte kring, ofwel het werk ofwel de familie. Memorabel aan het interviewboek, en te verbinden met zeker deze Heimat-aflevering, is eveneens de schaamte van de partijen voor elkaar, drüben.
De feestmaaltijd wordt gedomineerd door een demonstratief alcoholzuchtige grootmoeder. Doordat Helga even vulgair haar familie voor bekrompen uitmaakt, komt het gezelschap niet toe aan de koffie, die geen overlap vertoond zou hebben met het brouwsel uit de vakliteratuur op basis van stro, drop en geblakerde bonen. Ze vlucht naar de bovenverdieping, vastbesloten zich te laten ontmaagden door Hermann. De kamer van Helga, enig kind, is intact gebleven, en de fauna aan knuffels contrasteert met het lingeriesetje dat ze, tot verbazing van Hermann, aangetrokken heeft. De prominente aanwezigheid van de grootmoeder frustreert een intiem samenzijn.
Buiten lijkt een zondvloed gaande. Desalniettemin vlucht Hermann, die met het vrouwenaanbod kop of munt heeft gespeeld, en gaat in op de avances van Helga’s vriendin. Zij was verpleegster, ontmoette een gynaecoloog en maakte met hem een tweeling. Behalve ervaren is ze elf jaar ouder dan Hermann. Na de daad bakt ze varkenslapjes en wordt melancholiek.
De aflevering heet Das Spiel mit der Freiheit. Ze is in mijn herinnering gegrift als twist tussen eigenmachtigheid en noodlot. Voor mij lokaliseert Dülmen claustrobisch falen en willekeur.
Voor de vakantie werd ik eraan herinnerd – lezen is composteren – door Christine Brinkgreve en Bram van Stolks Van huis uit. Een onderzoek naar sociale erfenissen. De groepsverhalen zullen schematisch zijn, maar details dochten me geloofwaardig. Bijvoorbeeld het blinde arbeidsethos bij gereformeerden, met de hypothese dat er significant veel inwoners van het zwartbekousde Putten in het concentratiekamp stierven omdat ze niet wisten wat rusten was. Of het beheersingsideaal bij communisten, waarbij emotie als een luxe gold – een vrouw die ook anti-zielig, anti-angst, anti-zwak, anti-gezellig, anti-onmacht was…
En nu staat, nog voordat de burgemeester van Londen had beweerd dat er op de Olympische Spelen meer gouden, zilveren en bronzen medailles gewonnen gingen worden dan de bailout van Griekenland en Spanje samen, Dülmen op onze palmares! Door dezelfde Romeinse poort waar zowel Helga als Hermann de stad binnenkwam, fietsten wij in de nota bene stromende regen, op zoek naar een bakker. Die was niet snel gevonden, in tegenstelling tot boekhandels. Uiteindelijk vonden we twee bakkerijen naast elkaar.
De ene was een broodjeszaak van het type waar sommige jongeren ontbijten op chocopasta met cola. Gelet op het helse weer kozen we voor de biowinkel ernaast, die einfach genießen propageerde. Bij die leuze schoot me een lucide bewering van Helmut Lotti te binnen: dat zakenlunches onbegrijpelijk zijn, omdat eten iets is waarnaar slechts volle concentratie kan uitgaan.
Het einfach genießen kostte vanzelfsprekend wat, het dubbele ongeveer van wat de buurman aanrekende. Mij lijkt deze realiteit op termijn problematisch. Hoe kan het gezondste voedsel het duurste zijn? Economisch en productietechnisch is dat evident, maar bestaat er niet zoiets als een overheid om zaken recht te trekken? Ik ben geen principiële pragmatist en gehoorzaam evenmin beeldvorming, maar zoals het lastig uit te leggen valt dat op containerparken allerlei afval gratis mag gebracht en voor de aangifte van asbest betaling noodzakelijk is, zo hoort gezond voedsel goedkoop te zijn.
De ironie is nogal apart dat sinds Kim Jong-un aan de macht is, verbreding van het gamma in Noord-Korea bestaat uit friet en hamburgers. Als het nu nog ging om spek en bonen… À propos, gaat die goedbedoelende uitdrukking vervangen worden, nu de wereld zich aan het opwarmen blijft?
Voltooi de verhalen. Ik dacht de biowinkel te slim af te zijn door voor dat grove geld een enorm glinsterend baksel aan te schaffen, maar het bleek een (als ‘politiek correct’ aan te duiden?) fruitpourri die een nacht had geweekt in een bepaald graan met bier en yoghurt. De naam heb ik verdrongen, maar anders dan het taalkundig genie en de gourmande vond ik het heerlijk. En mijn papillen kunnen het weten, na door tabak en allergiebedwingende medicijnen jarenlang sprakeloos te zijn gemaakt.
Bijna transcendent interessant. Wat was het eerste gerecht terug in België?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen