dinsdag 28 augustus 2012

Dennenvla

Albert Camus wist het: ‘Wie begint te denken wordt meteen ook verteerd.’ Wie ben ik om het daarmee oneens te zijn? Lastige vraag, waar ik even over moet denken. Intussen ketst mijn standby-stand het wereldnieuws in de Lage Landen wel terug. Het wordt al enige tijd beheerst door intimidatie. Voor haar documentaire Femme de la rue had de jonge Sofie Peeters op straat in Brussel een camera meegenomen die registreerde wat haar zoal werd toegewenst door de mannelijke medemens, veelal werkeloos en allochtoon.
Het debat waaide over naar Nederland en een nieuwe impuls aan dit gebed zonder eind gaf onbedoeld het alom populaire weekblad Humo, dat op zijn website fotoseries publiceerde van het sinds vorig jaar eveneens in Nederland bekende Pukkelpop. In plaats van regenachtig en winderig was het er nu bloedheet, wat sommige bezoeksters had gebracht tot aangepaste kledij. Zij stonden vervolgens op de site als bikinibabes, en daar was alweer een opiniestuk dat zich afvroeg of autochtoon België zoveel correcter was. Het stuk vermeldde ook een blogbericht dat veel besurft werd, wat tot een nieuwe poging leidde. En de hoofdredacteur van Humo voelde zich genoopt tot een verantwoording, waaruit bleek dat het woord bikinibabe een alliteratie bevat. De site wiste de foto’s.
O dennenvla o Gore-Tex. In 1971 bracht de toenmalige pacifistische partij onder het motto ‘ontwapenend’ een fameuze verkiezingsposter – die niet op Facebook schijnt te mogen – waarop een blote dame en een koe afgebeeld staan. Dolle Mina maakte daarop, onder het motto ‘onthullend’, een plaatje van een koe en een blote man. Daar zit een verhaal achter dat is verteld na het overlijden van de dienstdoende pin-up. En hoewel het moralisme me niet ontgaat, bespeur ik, in tegenstelling tot de aangrenzende tijdsdiagnose van een gebrek aan humor, ook enige vrolijkheid.
Wat gebeurde er in de tussenliggende decennia? Ik begin me zo langzamerhand geïntimideerd te voelen door wat Stine Jensen in Dag vriend! – onder dankzegging aan de Franse socioloog wiens werk ook in het Engels verkrijgbaar is – muntte met de term ‘intiem kapitaal’. Dan gaat het me amper om de jingle bells van een strippokerende prins, maar het strekt zich evengoed uit over, hoe nobel het doel ook, foto’s van kankerlongen op sigarettenpakjes.
Misschien voel ik me geïntimideerd door het vele van hetzelfde. Canetti kon in 1960 klagen dat hij zich vanuit huis deelnemer wist aan openbare executies, maar dat was nog slechts vanwege de krant. Hoe vaak er na het overlijden van Neil Armstrong niet diens menigvuldig onderzochte woorden bij het betreden van de maan zijn rondgetoeterd! Hoe vaak de foto van het nog lachende gezicht van de van mishandeling beschuldigde kickbokser, zijn tanden nu als edele delen! Ik word er extra landseigen van. Onzin, de paradox zal evengoed elders postvatten, bijvoorbeeld bij het kennisnemen van WikiLeaks, laat staan van het lot van Bradley Manning: tegengesteld aan de suggestie van nabijheid raakt de gemeenschap immers op grotere afstand.
Die sensatie sluit aan bij ander nieuws in de Lage Landen. Het betrof een nieuw boek van psychoanalyticus Paul Verhaeghe. Niet voor het eerst koppelt hij groter wordende verschillen in inkomsten aan extremere gevoelens. Dit ondermijnt volgens hem de gemeenschapszin, die moet worden heruitgevonden. Nu zou neoliberale competitiedrift leiden tot depressies.
Dat er maatschappelijk wat veranderd is, staat als een paal boven water. Tegen de wens van de reclamesticker op onze brievenbus ontvingen wij een folder over de broodshop van de toekomst, te bezoeken ‘wanneer het u past’, omdat het zelfbediening is. Zou daar een happy few te vinden zijn die geen tijd heeft om brood te halen, of juist mensen die meerdere banen moeten vervullen om rond te komen? Tegenover die automaten staat bij ons in de wijk nog een bakker, waar je weliswaar niet met de pinpas kan betalen maar die wel verbonden is aan de school en die lekkers brengt op straatfeesten. Er hangen soms rouwadvertenties van klanten.
Bij Verhaeghes detectie van verticale afstanden ontbreekt volgens mij een belendend facet: de aanwas van horizontale verbanden in netwerken, nu ook zichtbaar. Er zijn vele gemeenschappen ontstaan, die op sites als Facebook in LinkedIn gekwantificeerd zijn in friends en connections. Daar ontmoet het Verhaegheboek wellicht de intimiteitskwestie, want wie of wat laat de beheerder van zo’n account toe om de kring te versterken? Mogelijk hangt zoiets af van een van de tips die Jensen gaf voor sociale netwerken: ‘Voordat u iemand een vriendschapsvoorstel doet, vraagt u zich eerst af: kan ik hem of haar gebruiken? Is hij of zij nuttig voor mijn leven?’ Deze instrumentele visie verklaart en passant waarom ideologie of principe zo impopulair of passé is. Het zijn feitelijk gelegenheidsgemeenschappen, met neoliberale items als ‘nieuwe uitdaging’ en ‘deskundigheidsverzoeken’.
Het zal bovenarcadisch zijn, maar mij dunkt het van een verademende consequentheid dat Verhaeghe niet op die sites valt aan te treffen. Dichter Alexander Skidan suggereerde al dat dit ideale tijden zijn om bruggen te leggen voor poëzie door de eerbiedwaardige traditie van desubjectivering te politiseren. En bijvoorbeeld de Occupy-beweging bewijst dat netwerken ook ingezet worden voor bovenpersoonlijke doelen.
Wel zijn Verhaeghes bezwaren tegen het neoliberalisme onherroepelijk verbreid dankzij het neoliberalisme. De psychoanalyticus heeft door inspanningen van zijn uitgever zijn boek kunnen samenvatten in een opiniestuk, waarna op hetzelfde podium de ene reactie na de andere kwam. Daarnaast was er een interview onder en boven de grote rivieren. Het boek van Verhaeghe wordt zelfs meteen op fondsniveau voor vertaling gepromoot in China. Zijn ruimte is veroverd, op basis van competitie met andere pas verschenen titels. Kennelijk lagen zijn ideeën deze week het best in de markt.
Ook knipoogde afgelopen weekend de cultuurbijlage van De Standaard onder het motto ‘Het najaar uitgekleed’ naar de Humo-Peeters-affaire. Het had 4 bladzijden veil voor acteur Dirk Roofthooft die zijn visie op de vrouw vertolkte. De tekst had op 1 pagina gekund, maar er moesten uiteraard wel wat foto’s bij. De man was half ontkleed. Dolle Mina heeft bewezen dat dit beter kan, denk ik.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen