vrijdag 4 mei 2012

Tot slot nog dit

Het parcours dat Helmut Lotti door de instituties heeft afgelegd, bewijst dat zowel Heijne als ik uiteindelijk ridders van de droevige figuur zijn bij het vaststellen van de status van Ben Crabbé, van oorsprong drummer. Bij Lotti pikte ik in na een geestig verhaal over koffie, toen hij verkering kreeg met een literair journaliste. Maar haar krant verdrong mijn lach bij een artikel met de scoop dat Lotti een heel slimme man was. Niet alleen bleek dat uniek nieuws voor een charmezanger, het waren derden die hun visie op Lotti etaleerden zonder dat deze een woord hoefde uit te brengen.
Even ambivalent verging het Lotti daarna. Hij mocht op de opiniepagina afscheid nemen van de roddeljournalistiek én kon zijn nieuwe geliefde prime time in een televisieprogramma voor bon ton en aanverwanten op een oude naaktfoto bewonderen. Vergeleken bij voorlopers als recensent en essayist is ook haar functie delicaat, terwijl ze in de praktijk het rijk voor zich alleen heeft gekregen. In de teneur dat iets generalistisch moet zijn voor een breed publiek, ontmoet ze haar geliefde. Lotti uit inmiddels, naar verluidt met verve, tot in verantwoorde kringen zijn passie voor poëzie.
Het lollige is natuurlijk dat die in- en uitsluitingen tegelijk tijdgebonden zijn, net als de kritiek erop. En zo fluctueert de opvatting over wat respectabel of barbaars is als een aandelenbeurs. Tot de negentiende eeuw, laat Richard Sennett in The Fall of Public Man zien, was het de gewoonste zaak van de wereld dat theaterpubliek uit volle borst meedeed bij een voorstelling, zoals bij Lotti gebeurt (en in de dan symbolisch ogende arena van het Antwerpse Sportpaleis waar Night of The Proms gehouden wordt). Of het zetje van de geliefde nu oorzaak of gevolg is geweest voor al zijn zogenaamd verborgen kwaliteiten, de charmezanger gaat een tweede leven in met een vooralsnog duistere domesticatiefactor.
Wordt het heden dus telkens aangepast? Terugblikken op tien jaar na Fortuyn of een jaar na Bin Laden doen vermoeden dat vanuit de actualiteit – vanzelfsprekend politieke – voorwaarden geschapen worden die juist het verleden veranderen. Dat geschiedt nu wel wat sneller terwijl de hete hangijzers al jaren dezelfde zijn. Zoals de reductio ad Hitlerum, sinds Fortuyn aan ‘het populisme’ gelinkt. De variant hierop van het racisme, dat Ben Crabbé toebedeeld werd, is dezer dagen wat lauw, vermoedelijk doordat het lang is uitgesproken door mensen die nu in de touwen hangen. Het andere hangijzer van dienst blonk namelijk bij de commotie over een studie naar de literaire kritiek (die in de tweede druk mooi een appendix kan bijvoegen over haar eigen receptie). Inzake een plagiaat dat Elsbeth Etty gepleegd zou hebben, werd in de berichtgeving vermeld dat ze ooit bij De Waarheid zat. Vanuit het heden een krachtig detail: communisten deugen niet, dus Etty zal fout geweest zijn!
Voor Lotti lijkt hoe dan ook de artistieke elite veroverd. Heel de elite? Nee, een kleine factie bleef hardnekkig weerstand bieden en stelde Lotti’s deelname aan het notoire bluesfestival in Peer ter discussie. Toen was het de chef cultuur persoonlijk die, op de dag dat Joost Vandecasteele een trap na gaf aan Crabbé, zulk purisme per opiniestuk in de ban deed. Lotti had lang genoeg het ‘boetekleed aangetrokken’, heette het, en had het besef gekregen dat hij ‘iets eigens’ zou moeten doen ‘om een groter gevoel van eigenwaarde te krijgen’. Als klap op de vuurpijl was hét teken voor de gewonnen deugdzaamheid ‘dat Lotti niet komt als zichzelf’, maar als zanger bij een band van een gerenommeerde bluesgitarist die heus wel wist wat hij deed.
Een schrijnender voorbeeld zou ik niet gauw weten van Alain Badious ‘motto van de geciviliseerde veroveraar: “Word zoals ik, dan zal ik je verschil respecteren”.’ Brutaal dunkt me bovendien dat voor het binnentrekken in de eigen gelederen de autoriteit wordt uitbesteed. Hoe ook, indien een definitief oordeel over het rechtdoen aan Ben Crabbé zou moeten worden uitgesproken, dan bewijst de casus-Lotti dat zowel Heijne als ik in de rondte moeten blijven praten.
Gaat dit exclusief op voor Belgie, zoals antropologieën uit dat excentrieke Nederland graag willen? In zijn mooie boek Het aanzien van de politiek. Geschiedenis van een functionele fictie constateert Remieg Aerts dat de oude elites dan wel hebben afgedaan, en nog wel wat meer volgens mij, maar dat er, ook door internet (‘een zeer drukke publieke ruimte die vooral expressief gebruikt wordt’), nog steeds allerhande machtscircuits bestaan. Hiërarchieën zijn onuitroeibaar en komen tegemoet aan een behoefte. De samenleving erkent openlijk nieuwe statuselites, zegt Aerts, op basis van welstand, bekendheid, succes en macht.
Ondanks al het democratiserende, is de acceptatie van iets dat ‘kwaliteit’ zal blijven heten nog immer afhankelijk van afspraken, van efemere conventies. En van beroepsdeformatie, besefte ik bij een keten van lichaamsverzorgingsproducten, waar spul voor de gourmande moest worden ingekocht en het taalkundig genie mee op verkenning ging voor zoetige gezondheden voor tong en verhemelte.
Als rechtgeaard vader wachtend voor de ingang viel mijn oog op een affiche, waarvan het woordbeeld onmiddellijk de poëziemaniak in mij wakker riep. Gewend als ik ben dat er ook weer niet bijster veel tegemoetkomt aan mijn smaak, snapte ik pas bij de tweede regel in het derde couplet dat er iets niet klopte. Er zijn vervolgens altijd objectieve criteria, zoals een viervoudige alliteratie in de regel daarna, om een soort vonnis te vellen dat Ben Crabbé moet hebben gevoeld:

Kijk, dit gaat over jou
Jij. Je prachtige zelf.

Jij. Op je vrije dag, je geluksdag
of in de waan van alledag
Met een roze bril, rode koontjes
of zomaar een blauwe maandag.

Welke dag het ook is. Wij doen er alles aan
om jou het maximale uit jezelf te laten halen
Uit je lokken, je lippen, je lijf en je looks.
We begrijpen je en helpen je waar we kunnen.
Want bij ons draait het om jou.
Elke dag weer.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen