vrijdag 17 februari 2012

Wat je zegt

De carnavalskraker ‘Marietje (Want In Het Bos Daar Zijn De Jagers)’, uit het midden van de jaren zeventig, is voor mij universeel onvergetelijk. Groeiende aantallen verontruste burgers en belangenverenigingen roepen de laatste tijd dat het ‘niet eens meer vijf voor twaalf is, maar één voor twaalf’. De voornaamste retorici onder hen berichten zelfs dat het ‘allang twaalf uur geweest is’. Dan denk ik aan Marietje en prevel: het was pas kwart voor acht. Een knoeperd van een allusie op de openingszinnen: ‘Marietje was een keertje vroeg opgestaan / Het was pas kwart voor acht’. Ja, in de jaren zeventig groeiden de bomen tot aan de hemel.
Waarschijnlijk als iedereen ken ik het liedje in de uitvoering van Hydra, maar er blijkt een eerdere versie van te zijn, door de Hollands Venetië Band uit Giethoorn. Zekerheden storten in, iconoclasme van formaat! Dat Hydra van oorsprong een hardrockformatie was, verbaast dan weer minder. Hoe het met de credits van ‘Marietje’ zit, murmelt onder de vraag: wat is van wie en waarom? Ik bedoel, het postmodernisme zal alweer een tijdje achter de rug van de Renaissance liggen.
Gelukkig verdwijnen zulke gewichtige indrukken als sneeuw voor de zon wanneer het carnaval is. Dan valt er ongegeneerd en gelegitimeerd, met of zonder masker, te plagiëren. Redelijkerwijs peurt de geplaagde daar zelfs eer uit. De overige dagen van het jaar blijkt dat minder eenvoudig. Ik herinner me als kind de razernij en wanhoop wanneer ik object werd van het spelletje nadoen – elk van mijn bewegingen, elk van mijn woorden strekte zich voor me uit. Het einde naderde pas wanneer ik een van de mij kopiërende anderen in die daad zo steekhoudend wist terug te kopiëren dat, als het pleistertje in Kuifje, de drift voortwentelde.
Met name wetenschappers worden, triomfaal, met plagiaat te worden geassocieerd. Wellicht is het reëler een onbetrouwbaarheidsimago te constateren. Of het nu gaat over het klimaat of over het voedsel, steeds blijken hun uitspraken schier bij voorbaat toch niet te kloppen. Indien de misdaad fraude is, blijkt de gretigheid niet minder om als waarlijk unieke zondebok aan de schandpaal te worden genageld. Alsof de eerste steen te allen tijde geworpen kan.
Dit geschiedt uitgerekend nu het internet copy-and-paste tot een hogere democratische kunst verheven heeft. Het helpt daarbij niet dat menig traditioneel kwaliteitsorgaan aarzelt artikelen vrij te geven. Correcties en nuanceringen bereiken een gewenst publiek zelden. Jef Lambrecht zag in een mediastudie zich zelfs ‘een kenniselite’ ontwikkelen met een ‘kennismonopolie’. Daarnaast beseffen jonge studenten niet altijd dat een inzicht een bron heeft die ze bij hun operaties mogen vermelden. Al zijn ze opgegroeid met samples, ik vrees dat dit, met respect voor het als gemeenschappelijk ervaren cultuurbezit, haaks staat op de autonomiedoelstelling van de Verlichting waarvoor het copyright ten behoeve van het intellectueel eigendom de hoeder is. De kennis komt van een kant! (Wel is door bedrijven voor onderwijsinstellingen ‘plagiaatsoftware’ ontwikkeld. Ook vereist het in principe geweldige internet dosering bij producent en consument, vanwege mogelijkheden die bij maximaal gebruik geleidelijk aan naast ruis een bepaalde state of mind bevorderen. Luis Buñuel zei ooit dat als hij dictator was, hij de voortwoekerende informatie zou bestrijden, zijns inziens bron van alle angst.)
En gij, zoet kuddeke? Via de shufflefunctie van de i-Pod hoor ik elpeetracks van weleer, met breaks en melodieflarden die me bekend voorkomen uit zogeheten eigen nummers waarvan de volle overtuiging wilde dat ze inventief waren. De spaarzame keren dat mij nu de indruk bekruipt dat mijn ideetjes door derden zijn overgenomen, waag ik niet meer na te wijzen. Dit is niet zozeer het resultaat van out of the box-denken, maar misschien al van een leerproces.
Ooit werd ik over een boek geïnterviewd, waarna een paar maanden later ‘mijn’, voorafgaand aan het gesprek druk beanekdotiseerde, motto boven een publicatie van de interviewer zag. Het zuur vloeide weg toen ik besefte dat twee mensen zich dan over dezelfde materie hadden gebogen, een vorm van intimiteit (dat Mettes in N30 ook de spreuk van Albert Hahn aanhaalt, stimuleerde).
Citaten zijn natuurlijk geen eigendom. Uit Beekmans en Grüttemeiers De wet van de letter valt te leren dat dit maar goed is ook. Juridisch-literair bestaat er een persoonlijkheidsrecht, waardoor citaten niet uit hun verband gerukt mogen worden. Toen een tentoonstelling bleek te zijn opgehangen aan een zin uit een veelgelezen boek die ook een motto was in een andere titel, was ik slechts benieuwd. Wel kwam het bericht dat een stel met een oudste kind dat dezelfde naam had als onze gourmande, hun tweede, na een tip, de naam van ons taalkundig genie toebedeelde.
Zeker is dat hier in huis die namen volstrekt uniek worden uitgesproken door de twee dragers ervan, refererend aan elkaar. Wie die werkelijkheid niet accepteert, kan beter gelijk zijn kind vernoemen. Ik snap dat Adele thans hoge ogen gooit, maar een keelprobleempje lijkt niet te volstaan en eigenlijk rijmt haar naam ook niet in het decenniale rijtje Amy-Britney-Whitney (bij de dood van de laatstgenoemde ontroerde mij de wetenschap dat haar vijftienjarige stem is vereeuwigd op ‘I’m Every Woman’). Zelf hebben we het taalkundig genie onlangs een prentenboek geschonken dat haar naam in de titel heeft. In een ander prentenboek voert de schrijfster nog een meisje op – die de naam van de gourmande draagt. Hoewel van weinig overtuigd, weet ik tamelijk zeker dat de schrijfster geen Marietje heet.
Het is dat mij het talent ontbreekt voor carnaval, anders zou ik rondglijden met vele koppen. Plaats grijpt een loutering van het geleden jaar. Nu zal alles en iedereen uiteraard gericht zijn op politici en bankiers, en de hovaardigheid van hun excuus voor hun onwetendheid dat het pas kwart voor acht was. Op hen, maar evengoed op belastingmijdende megabedrijven, mag in stoeten worden geschoten met percentines, zoals het taalkundig genie ze noemt (die zich vandaag uit vrees het schoolcarnaval te missen om halfzes aan het ouderlijk bed meldde). Geeft het verlichting om zulke mensen na te doen? In Aleppo en Athene, bakermatten van een westerse beschaving, gebeurde dat recent ook, maar of het geholpen heeft?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen