maandag 1 augustus 2011

Een tik van de koffiemolen?



Grappig hoe de reacties op het Noorse bloedblad gefaseerd gaan in Nederland. Eerst was er, expliciet politiek, verbolgenheid over de gelijkenis tussen de opvattingen van de moordenaar en die van Wilders (en meer rechtsextremismen in Europa). Of de schrille toon nu voortkwam uit frustratie over het kabinet, waaraan christendemocraten meedoen terwijl Wilders er de baas is, blijft ongewis. Meer omlijnd dunkt me de tweede, naar eigen indruk neutrale fase, waarin de moralistische toon ‘typisch Nederlands’ heette. Maar die reflex lijkt even typisch Nederlands; inclusief de oproep zijn kanis te houden is zelfhaat nooit ver. Blame game deel 2.
Ook het aanstippen van vermeende inconsequenties met reacties na de moord op Van Gogh onderstreepte schijnbaar een landsaard. Die critici hebben zelf een reuzenstap door het politieke spectrum gezet en ontplooien het fanatisme van de bekeerling. Raakt er iemand af van patronen? Degene die uit het geheel van reacties vooronderstellingen tracht los te wrikken en zich in de dat-heb-ik-ook-onder-de-leden-conclusie superieur én narcistisch betoont, levert evengoed een complementair deel van ‘de Hollander’. Waaraan tevens wordt bijgedragen door Wilders en zijn persbureau Twitter.
Hoe ook, het vooraf ‘gek’ of ‘krankzinnig’ verklaren van iemand lijkt infertiel en arrogant. Ten minste kan men de teksten bestuderen waar daders hun gruwelen mee uitleggen. Na Van Gogh heeft bijvoorbeeld Frank Vande Veire de redenaties van Mohammed B. ontleed en nu is er dat manifest A European Declaration of Independence. Hoewel de praktijktips, zoals het gebruik van koffiefilters en natuurlijk de koffiemolen (‘don’t get aburr-mill; they don’t work as well as blade-grinders’) voor de productie van bommen en gif wetenswaardig zijn, zou eerst mogen gecheckt wat eigen tekst is en wat copy en paste. En of binnen die verhoudingen bronnen met elkaar te rijmen zijn.
Ondertussen bewijst die parallel met de moord op Van Gogh dat de neiging lastig te bedwingen is grotere verbanden te zien. Ze zijn heikel, omdat ze een tragisch voorval ontdoen van zijn uniciteit. Zo werd zanger en veganist Morrissey er, ook na een precisering, niet populairder op toen hij de Noorse doden peanuts achtte vergeleken bij de ontelbare dieren die moeten sterven voor hamburger- en gebradenkippenketens.
Minstens zo interessant vind ik een betoog dat de gelijkenis met Noorwegen onwillekeurig opriep. Het betreft een lezing van socioloog Jean Ziegler, bedoeld als openingstoespraak voor de Salzburger Festspiele. Tegen de achtergrond van een voedseloverschot memoreert hij de gigantische kindersterfte aan honger op de wereld, waarbij de term ‘moord’ valt. Het gaat ineens om veel grotere getallen dan in Noorwegen. Helemaal verraste me de parallel niet, omdat ik net het fameuze boek De verworpenen der aarde had gelezen, van Frantz Fanon. Tot pogingen tot moord rekent deze naast honger verder uitzetting uit een woonruimte en sluiting van een fabriek.
Fanon schrijft over wat de derde wereld heette, vooral over Afrika waar hij als psychiater werkte toen het nog niet door China werd gedomineerd. Hoewel zijn boek een halve eeuw oud is, of misschien juist daarom, biedt het aardige ingangen tot onze actualiteit (meteen door het minstens zo fameuze voorwoord van Sartre, waaruit blijkt dat begin jaren zestig de wereldbevolking maar liefst driemaal minder koppen telde dan nu). Bijvoorbeeld door de beelden die van ‘de inlander’ rondgingen, die in weinig verschillen van de nuances waarmee Wilders de islam oproept. Mij heeft althans zelden de term ‘manicheïsme’ zo treffend toegeschenen.
Mogelijk kies ik nu de makkelijkste weg. Als ingezetene van de kunstwereld, met een belang bij het behoud van subsidies, zou het me eerder sieren echt te kijken naar wat Ramsey Nasr onlangs zoal ten faveure van cultuur heeft aangedragen. Kunst zou ons ‘[onder]scheiden van de apen’, zei hij bijvoorbeeld. Destijds vond ik die uitlating onaardig, inmiddels heeft Fanon me verduidelijkt hoe zo’n beeld uitpakt. Op vele manieren, demonstreert hij, gebruikten kolonisten woorden uit een dierlijk vocabulaire voor ‘de inlander’ – en toen deze, desnoods manicheïstisch of ‘ongenuanceerd’, in opstand kwam, bevestigde zich dat beeld. Selffulfilling prophecy?
Voor ik weer vastloop in mijn eigen wereldje lijkt het beter het betoog van Jean Ziegler nader te bezien. Hij ageert tegen neoliberalisme. Honger duurt voort omdat verlichtende ontwikkelingshulp terugloopt omdat er na de financiële crisis geld in banken gepompt moet, omdat speculanten, gesteund door hen, de prijs van landbouwgrondstoffen doen stijgen en arme landen een ondraaglijke schuldenlast torsen. En het zijn uiteindelijk niet eens naties, stelt Ziegler, die de touwtjes in handen hebben maar multinationals, privé-bedrijven dus, wier ‘winstmaximalisatie’ valt te zien als ‘het structurele geweld van het kapitaal’.
Des te relevanter dat Ziegler zijn betoog richtte tot CEO’s die op de Festspiele prachtplaatsen zullen bezetten. ‘De kunst heeft wapens die de analytische geest niet heeft: ze prikkelt de toehoorder, dringt door de dikste betonlaag van het egoïsme, de vervreemding en de afstand. Zij treft de mensen in hun innerlijk, beweegt hen tot onverwachte emoties. En plots breekt de verdedigingsmuur. De neoliberale winstwaan valt in stof en as. In het bewustzijn dringt de realiteit, ook de stervende kinderen, door. In Salzburg kunnen wonderen gebeuren: het ontwaken van de meesters van de wereld. De opstanding van het geweten.’
Die droom ging niet door. Zieglers toespraak werd geannuleerd omdat hij eind jaren tachtig contact zou hebben gehad met Khadafi. Maar Ziegler vermoedt dat de hoofdsponsors van het festival – Nestlé en Crédit Suisse – druk hebben uitgeoefend op de organisatie. Zijn intentie is er niet minder mooi om. Temeer daar hij zonder verpinken nog een inzicht vertolkt: ‘De stelling van de autonome kunst die losstaat van elke sociale werkelijkheid, beschermt de machtigen voor hun eigen emoties en de eventuele verandering van hun hart.’
Ondanks de moord die honger zijns inziens is, blijft Ziegler hoop houden. Vooral in actie uit de getroffen landen en ‘in de geduldige en nauwgezette opbouw van een radicale oppositie in de westerse landen’. Dan doelt hij niet fanonesk op geweld, dat slechts zou variëren op wat multinationals met hun kapitaal doen, maar op het gestructureerd overwinnen van de angst voor een materieel veroorzaakte dood. Het zal wel sentimenteel zijn, maar dat zou het einde van de Noorse jongeren minder zinloos maken.



Naschrift
Iemand uit wiens werk de Noor gretig citeert noemt A European Declaration of Independence een ‘
Google-manifest’ en herinnert eraan dat de naamgever van het marxisme, waartegen het manifest aantrapt, een notoir gedisciplineerd bibliotheekbezoeker was.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen