vrijdag 15 april 2011

Absoluut ultieme supertoptelevisie


Onlangs at ik een sinaasappel van kraakbeen. Elk partje dat ik naar binnen werkte, leek meer sap te ontberen. Natuurlijk kon dat niet, maar dat een vrucht die er geweldig vers uitzag zo smaakte was al een onbegrijpelijke ervaring.
Een echt beeld, uit het leven gegrepen! Dit ga ik toch niet in een boek gebruiken, bijvoorbeeld over koffie? Laat ik deze sinaasappel uitknijpen boven, eh, toepassen op een recent fenomeen dat geen mens onberoerd zou hebben gelaten.
Nederlanders zal het weinig zeggen, maar in België heeft de televisiereeks De Ronde onlangs een complete kritische journalistiek op de banken gekregen. De gulle publiciteit richtte zich in eerste instantie op de logistiek, omdat de reeks integraal was gefilmd tijdens de vorige editie van de Ronde van Vlaanderen – door de begeesterde schetsen van het draaiboek schemerde het heldschap van de regisseur. Ook werden talloze acteurs die aan De Ronde meewerkten over hun huidige projecten geïnterviewd, met een naturel zijsprongetje naar de fameuze reeks die zijn weerga niet bleek te kennen in de geschiedenis van de Belgische televisie.
Het is dat het zo’n beladen term is geworden, anders zou je zonder verpinken kunnen beweren dat de Vlaamse pers zich ‘gelijkgeschakeld’ betoonde. Nu repte men vrij snel over ‘hypen’, waar vervolgens ook over geschreven werd, hetgeen dan weer, als de wortel uit een kwadraat, stof blijkt voor analyse.
Een serieuze factor bij deze teksten was de producent van de reeks, Woestijnvis, die weggezet werd als een mediamagnaat avant la lettre. Als immigrant is het lastig de weg te vinden in die complotsfeer. Wel viel me op dat zich hier de omgekeerde waardering aftekende van die van Joop van den Ende. Nadat die vanwege zijn musicalbarbarij bakken dedain over zich kreeg kreeg, mecenaseert hij nu dingen waar operalievend Nederland niet aan kan tippen. Woestijnvis had bij mijn weten in den beginne juist een goede naam, als kwaliteitsleverancier.
Van De Ronde is de helaas genoegzaam bekende representatie van ‘de West-Vlaming’ (Da meen dje nie) eveneens te vertalen voor Nederland. Hier lijkt althans de vergelijking met de perceptie van ‘de Limburger’ op zijn plaats, overigens niet alleen vanwege het dialect en de ritselreputatie, maar ook omdat enkele geborenen van die provincie momenteel in de landelijke politiek nogal wat in de pap te brokkelen hebben. Een andere karikatuur die De Ronde uitserveerde was een schier nazistisch nationalisme bij een Vlaamsgezind personage.
In de kritiek klonk er immense lof voor de wijze waarop de reeks maatschappelijke thema’s in de dampkring van het debat had gebracht. Zo handelde er een verhaallijn over euthanasie waarbij het, in het licht van wat er decennialang stilzwijgend dagelijks in de westerse wereld gebeurt, louter vijf afleveringen lang het punt was wat nu precies het punt was. Misschien dat een broer van de overledene in het scenario fungeerde als priester?
Curieus dunkt me dat Woestijnvis zo een zeker kosmopolitisme wenst uit te stralen, maar dat de herkenning daarvan iets uitgesproken knus heeft. Totaal verrast was ik ook weer niet door deze paradox, omdat het productiehuis eveneens tekende voor misschien wel de hoogste eigenhaardheid: De allerslimste mens . Scoringsdrift voor open doel kan doen terugdeinzen.
Een andere paradox, die mij werkelijk rillingen geeft, is dat mijn indrukken, voor zover ze interessant of relevant zijn, misbruikt kunnen worden in ideeënstelsels die nou niet direct de mijne zijn.
Dit laat onverlet dat ik me bij De Ronde geen moment heb verveeld. Voor mij was dit nog eens verstrooiing, al was het door het veelbesproken lage tempo dat mij, als wanbegrijper van spanningen binnen relaties en familieverhoudingen in het algemeen, een beetje bij de les hield. Ook leek me de reeks inderdaad ‘technisch knap’. En dus domweg amusant, met als hoogtepunt de afpersing in een bordeel door types die Zizek lezen (een scène waarop ik wellicht gewoon jaloers ben, arbeidend aan een boek over koffie dat woord en daad met elkaar wil verbinden). Over een langere spanne van afleveringen bijzonder, vermoedelijk door de knappe acteursprestaties, dunkt me de intermenselijke ontwikkeling tussen een neutraal personage en ‘de West-Vlaming’ die heel subtiel Dieter De Leus heette.
Behalve de bekroning ervan dan. Zoals de hele slotaflevering, waarover de regisseur zelfs na afloop publiciteit wist te krijgen omdat hij er Fabio Cancellera in tot een cameo had weten te verleiden, bij mij alle twijfel wist weg te nemen. De vele verhalendraden moesten er namelijk in worden afgewikkeld.
Onder een Mantovani-achtige begeleiding geschiedde zoal dit:

- De (gescheiden) nationalist blijkt een pistool te hebben waarmee zijn kind en een logeetje van de buren op een onbewaakt moment schieten
- Niet de kinderen zijn daarvan de klos, maar de zorgzame opa die er een hartaanval van krijgt
- Diens dochter annex alleenstaande moeder is regisseuse en heeft onverwacht de hele Ronde van Vlaanderen mogen coveren en meldt die prestatie aan haar in coma liggende vader, waarna deze teken van leven geeft
- De aanrichters van een ongeluk met vluchtmisdrijf komen in een ziekenhuis oog in oog met de (om onnaspeurlijke redenen: alcoholistische) vader van het slachtoffer, krijgen zelfs koffiegeld van hem, en ontdekken spoedig wie hij is
- De zus van het slachtoffer is rondemiss en wordt gebeld met het goede nieuws dat het levensgevaar geweken is op het moment dat ze de prijs moet uitreiken aan Cancellara
- De ware veroorzaker van het ongeluk, een gescheiden vader, wordt in de arrestatieauto gebeld door zijn dochtertje met de vraag wanneer hij haar op komt halen

Is de verzamelnaam voor zulke plotwendingen niet: kitsch?

Naschriftje
In één week ging ter zuiderzijde Woestijnvis samen met Sanoma en Corelio, en ter noorderzijde John de Mols Talpa met SBS en, opnieuw, Sanoma. Komen de Finnen? Een fictiereeks over het langeafstandslopen binnen handbereik?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen