vrijdag 11 maart 2011

Of-ie wors lus


Jean Améry maakte ooit gewag van een dubbelzinnige gewaarwording: ‘het gevoel aan de ander uitgeleverd te zijn en ons naar hem te moeten richten en het gevoel de ander nodig te hebben en de wil dat hij zich daarnaar richt’. Speelde zoiets bij het meisje dat niet meer mocht werken in de HEMA te Genk omdat het een hoofddoek droeg? Het was een Vlaamse van een uitzendbureau, en de Hollandse HEMA-bazen entten zich op de Belgische zede. In zo’n spiraal van projecties lijkt alles mogelijk, inclusief bevrijde Noord-Nederlandsheid achter de feiten.
Heb ik de 1001e mening over deze zaak met de Hollandsche Eenheidsprijzen Maatschappij Amsterdam? Mij intrigeert dat, ook na de opheffing van de ideologieën, het wij-zijdenken er weer uit opdoemt. Zou dat vermeden kunnen worden? Paul Scheffer heeft erop gewezen dat alleen al de notie ‘wij’ een taboe is, vanwege haar verleden in die vermaledijde ideologieën. Maar er valt niet aan te ontkomen, wanneer je nuchter in plaats van ijdel in de spiegel kijkt, zoals in het Beatles-liedje Nowhere man: ‘Isn’t he a bit like you and me?’ Ook kosmopolieten die zich, door opleiding of luxebiotoop, voorbij het wij-zijdenken achten, vormen schier onvermijdelijk een groep. Zeggen zij wanneer ze hun zelfverklaarde redelijkheid in stelling brengen zelfs niet evengoed Eigen volk eerst?
Het zijn rare tijden en dat zijn het. Mij dunkt dat vooral Nederland door de regeringskeuze kampt met een complexe actualiteit, waarin de leidraad foetsie is die door vermeende historische parallellen heropgepikt wenst. België lijkt een vrijblijvender radicalisme te geven, en door de zenuwen vanwege de vertrouwde maar erg lang durende impasse apprecieert het een rituele oorwassing net even wat meer misschien.
Als vader-in-opleiding bekruipt me de indruk dat het wij-zijdenken de opvoeding min of meer reguleert, doordat gaande de jaren telkens één aspect doorweegt. Voor de allerkleinsten is het wij-gevoel cruciaal (geborgenheid), even later schijnen ze op de gevaren van een zij gewezen te moeten (grenzen). Vervolgens creëren pubers desnoods een zij, waartegen ze zich kunnen afzetten, en daarna verleggen adolescenten het accent naar identificatie – en moet ik denken aan een prachtcitaat van Jacq Vogelaar: ‘Is buiten schot niet tevens buiten bereik van andere dan vijandige toenaderingen?’
Ook de werkkring heeft natuurlijk wij-zijtrekjes, zeker wanneer de concurrent bepalend is voor de strategie. Wanneer de belangrijkste aandacht echter aan de klant geschonken wordt, overweegt het scheppen van een wij-gevoel, al was het voor de buitenwereld. Een concern als Starbucks is daar handig in, maar politici behoren er uiteraard ook pap van te lusten. Na alle decentralisatie in West-Europa en de neoliberale bejegening van allochtonen, neemt de focus op wijken, buurten, straten toe. Daar kan een wij in de kleinst mogelijke, veilige gemeenschap op touw worden gezet.
In dezelfde periode nam het internet bezit van huishoudens. Dit medium biedt mogelijkheden te over voor identificatie; communities laten zelfs parallelle identiteiten toe, te voorzien van nicknames. Wellicht ben ik er overgevoelig voor, maar de identificatiedrang kan er even hysterisch zijn als, met het arrogantste woord mij bekend, burgerlijk. Non-stop constructies van een zij door verbale lynchpartijen op het randje van paranoia zullen allicht ook een wij veroorzaken, zij het labiel en zonder veel referenties aan de werkelijkheid.
Een specifiek project hierbij is Facebook. Ik heb vaker beweerd dat dit me voorkomt als een parochiale bouwtrant, waarbij uitverkorenen delen in de blijde boodschap van een ego, maar mogelijk is het leuk er een oudtestamentisch heerschap bij aan te halen: ‘De schrik voor mij stuur ik voor jullie uit, ik zal paniek zaaien onder elk volk waarmee jullie in aanraking komen, zodat al je vijanden op de vlucht slaan’. Dit citaat leende ik uit Rüdiger Safranski’s Hoeveel globalisering verdraagt de mens? Hij zei dat de God van dienst, voor zover Hij zich voor hoeder van de eenheid uitgaf, zelf het probleem was waarvoor Hij de oplossing meende te zijn, door zich af te scheiden van de goden van de andere stammen en volken.
Juist vandaag, nu in de niet-virtuele wereld een aardbeving, een tsunami en een brand in een kerncentrale kwesties van wij of zij ridicuul maken, bruuskeert Facebook; bij de revoluties in Noord-Afrika mag het algemene belangen gediend hebben, zijn narcisme overheerst. Ik zwijg nog over het door internet en mediatisering uitgegumde verschil tussen publiek en privé. Het verandert het wij in een zo dictatoriale categorie dat een verlangen naar onwetendheid zich opdringt.
Misschien kan het proces van gemeenschapsvorming authentiek gestalte krijgen door sport. Goed voor lichaam en voor geest, heet het, en het laatste artikel krijgt een extra dimensie als het in teamsport fungeert. Wel heeft het te maken met toestanden die het wij zo weerbarstig in de verf zetten dat er middelen van het zij nodig zijn om geen negatief saldo voor het totaal te boeken. Verhoudingsgewijs goedmoedige supporters hebben plaatsgemaakt voor zogeheten harde kernen.
Eveneens in de plaats waar de HEMA haar oorsprong vond. Daar serveert niet de oudste, wel de meest gerenommeerde voetbalclub een geprononceerd wij. Over de aanvallende speelstijl met vleugelspitsen waarbij de tegenstander moet worden vastgezet op de eigen helft oreert een Verlosser uit Barcelona soms zelfs evangelies. Ook de spelers hebben te gehoorzamen. Toen een van mijn helden, Winston Bogarde, verhaal wou halen bij etterbakkige fans van Sparta, werd hij berispt door de voorzitter: ‘Een Ajacied doet nooit zijn jasje uit.’ De supporters ventileren een in principe aanpalende identiteit. Ze noemen zich ‘joden’ en daarop spelen collega’s van rivaliserende clubs in. Dat zorgt ook weer voor tegenreacties; in laatste instantie bepaalt het zij de identiteit.
De laatste tijd kampt het sterrenelftal met interne twisten. Met name de voor veel euro’s aangekochte centrumspits gehoorzaamt niet, wat al onwaarschijnlijke motieven toebedeeld kreeg. De tekst waarmee de harde kern hem uitsloot was echter ronduit fabuleus: ‘El Hamdaoui is geen jood’. Eerdaags een spelersruil met KRC Genk?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen