maandag 11 oktober 2010

Bestaande ficties (4)

Ter Braak zou, als hij de oorlog had overleefd, aanhanger van D’66 geworden zijn, stelde Aad Nuis ooit. Misschien in Nuis’ tijd een evidentie, maar erg geloofwaardig lijkt het scenario niet meer. Een recente lezing van de tegenwoordige D’66-leider waarin deze elke polarisatie afwijst zou Ter Braak, die nochtans van programmatisch ‘schipperen’ hield, teleurgesteld hebben. Had het schematisme waarmee soepel oorzaken en oplossingen worden aangebracht en tegelijk betekenisloos gebabbelde begrippen het richtsnoer moeten zijn, veeleer zijn spotlust opgewekt? Ik ducht kwalificaties als ‘diepgaand’ of ‘oppervlakkig’; de ontplooide visie is even dik of dun als de pragmatiek vergt.
Constateringen als deze zijn vaker gedaan. Een standaardremedie is vervolgens dat er in de postideologie een nieuw Groot Verhaal moet komen, meer in het bijzonder van ‘links’, dat kan begeesteren. Iets zegt me dat Ter Braak daar evenmin om zou juichen, maar eigenlijk is het gevaarlijk (en makkelijk) in het hypothetische te blijven. Temeer daar bij deze oproep steevast gezegd wordt dat Geert Wilders, gedoogpartner van het nakende kabinet, als enige wel nog kan aanspreken – maar zijn dystopie wordt door de meerderheid vooralsnog niet gesmaakt.
Doordat er aanzienlijke massa’s tegenover elkaar lijken te staan, treedt er een schoolvoorbeeld van framing op. Waar het traditionele Grote Verhaal, van liberalisme tot socialisme, op lange termijn uitging van gemeenschappelijkheid, moet zij volgens de update wegens acuut gevaar worden opgeschoond. Tot welke onverzoenlijkheden deze frames leiden, bleek uit het feit dat Wilders was voorgedragen voor de Sacharovprijs van het Europees Parlement, voor mensen die opkomen voor de vrijheid van meningsuiting. Hij zou zijn leven wagen om namens de PVV het Westen te vrijwaren van de ‘islamitische ideologie’. Vanuit het andere frame schoffeert hij die.
Elke tijd zijn kruis? Onder de naam kussa werd de courgette begin jaren zestig in Nederland gelanceerd, met reclames en recepten – tevergeefs. In de multiculturele samenleving is dat toch beter gegaan. Daarna heeft de postideologie ook haar onvruchtbare zijden getoond. Juist het idee na 1989 principienreiterij overwonnen te hebben, werkt zulke niet zozeer polemische als wel zelfontkennende taal in de hand. En dat Wilders ook pragmaticus is, bleek bij het begin van de formatie toen hij meteen zijn cruciale punt van de handhaving pensioenleeftijd inleverde. Bij het vele dat de postideologie mogelijk maakt veegt ze het nodige onder het tapijt. De Partij voor de Vrijheid impliceert Mijn Vrijheid; de fel bevochten meningsuiting, gelegitimeerd door het onheil van de ander, is de mijne. Wilders’ spel werkt louter vanuit zijn eigen regels.
Aldus is vrijheid al enige tijd de taart die de tegenstander in het gezicht gesmeten wordt. Wat opvalt is dat steeds meer autoriteiten zich gedwongen voelen mee te doen of weg te duiken, zodat de collateral damage groeit. Bijna onmogelijk valt hieraan te ontkomen. Bij elke beschrijving schemeren de standpunten door en de jij-bak ligt altijd dichterbij dan het besef van het effect. Zo zou Wilders in zijn Berlijnse rede de islam met het nationaalsocialisme vergeleken hebben. Maar hij trok een waarschuwende parallel met de Weimarrepubliek. Tevens citeerde hij Mark Alexanders opsomming van kenmerken van het nationaalsocialisme en communisme die ook voor de islam moesten opgaan. Men kan dan zwijgen, en zo respect tonen voor de vrije meningsuiting. Deze wordt uit een kennis over tegenfeiten echter misbruikt. Ook kan men roepen dat sommige van Wilders’ catchphrases gelden voor zijn eigen partij en dat zijn toepassing van democratie meer lijkt op die van zijn aartsvijanden.
Samenwerking tussen de twee frames slaagt louter door invertebralisering van ten minste één ruggengraat. Tot die tijd blijft het eeuwig soebatten (dit woord had het Arabisch van de islam lang vóór Neerlands kolonialisme in het Maleis geplant en van daaruit kwam er een scheut tot aan Den Haag).
Meer dan historische parallellen maken deze elkaar uitsluitende invullingen van abstracta de huiver voor het aanstaande kabinet begrijpelijk. En doordat ondertussen uitgerekend de premier een soort extremistische tolerantie belijdt en bijvoorbeeld voor CDA-dissident Koppejan de meerderheid in zijn partij moet tellen, groeien de opties voor dier gedoogpartner Wilders wiens partij bewust slechts één lid heeft: hijzelf!. (Misschien valt die absurditeit te verhelderen door een tragische actualiteit: de uiterste terughoudendheid die na de zelfmoord van een acteur aan de pers werd verzocht door zijn neef, die dagelijks op de televisie de roddelkoning van Nederland uithangt.)
Dat ‘de islam’ soms voordeel zou kunnen gaan trekken en dat Staphorster agendapunten binnen bereik raken steunt de geproclameerde eenheid-in-verscheidenheid. Maar ze geldt niet voor Wilders, zodat het speculeren blijft over de gevolgen. Het is precies het gebrek aan verantwoordelijkheid voor de praktijk, dus het onderuit schoffelen van pluralisme, dat door de gedoogvariant wordt bevorderd. En hoe groter de risico’s die de drie betrokken partijen daarbij nemen, hoe meer populariteit ze in de polls verweven – ook het CDA na het bizarre congres.
Want wat wil ‘het volk’ eigenlijk? Hoe kunnen de ideeën van Wilders, die dag en nacht wordt omringd door bewakers en toch op de hoogte zegt te zijn van wat er onder het volk leeft, enig raakpunt met de wereld hebben? Wat betekent het dat hij telkens de martelaarsrol op zich neemt namens zoveel kiezers die zouden zijn genegeerd? Hebben zij nog iets anders gezegd dan NEE?
Volgens Newsweek wijkt wat in de Lage Landen gebeurt niet af van een algemene trend in Europa: ‘The politics of Gemeinschaft (community) is replacing the politics of Gesellschaft (society).’ Indien dat waar is, blijkt Coolens Dorp aan de rivier nog relevanter dan gedacht. Juist de dokter, die voor een kosmopolitische – en door de meerderheid gewaardeerde – injectie in het rurale leven heeft gezorgd, besluit immers te vertrekken. En niemand weet waar hij gebleven is, behalve misschien één. ‘Cis den Dove praat er niet over.’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen