zondag 27 september 2009

Het bestaat niet maar het bestaat

Rood het zonnetje dat schijnt over de oceaan van
je gemoed. Weet je een zekere koers te bewaren?
De verdenking blijft achter bij kapitein Gatbaard,
ook om de stand der planeten: vanavond wordt je
relatie nieuw leven ingeblazen. Dwaalt het zwarte
schaap weer van de kudde? Geloof is ballistisch,
claxonneer met mate en wek je familie op straffe
van onterving. Vind je het heel erg trouwens dat
je steeds nagewezen wordt als het best bewaarde
geheim van de natie? Zijn er slechtere garanties
op voorland? Flits, witte schil, zakjes en voor je
het weet rinkelt de bel in de pot dahag! (Stom hè,
daar schildert zich altijd iets bij. Dus je hoeft niet
bang te zijn, het rode zonnetje gaat vanzelf weg.)

zondag 20 september 2009

Jump

Was het Urbanus die op de constatering ‘Spring is in the air’ zei ‘Why should I?’ Volgens een betrouwbare bron wordt vandaag, op de drempel van de herfst, herdacht dat veertig jaar terug aan de andere kant van de aardbol in een park nogal fervent werd gesprongen. Voor de vrije meningsuiting. Ondanks een verbod op samenscholing kregen die jumping sundays, met muziek van The Frank E. Evans Band, elke week meer concrete onderwerpen, zoals ‘Vietnam’ en ‘Apartheid’, en trokken ze tienduizenden jongeren aan, hippies, als ik even grof generaliseer. De protesten breidden zich uit over andere parken, over het eiland, enzovoorts.
De hippies van weleer wordt gesuggereerd hun kleinkinderen mee te nemen; het evenement valt onder een Heritage Festival. Het is verleidelijk over dat alles snelle hoon of zachte spot uit te storten. Die dwazen die toen betrekkelijk onwetend en kinderlijk een beetje stonden te niksen voor de wereldvrede, zijn in een gespreid bedje gesprongen! Maar ook zij die mokken over een permissive society met een vleugje cultuurrelativisme kunnen niet ontkennen dat die hippies een topic hadden, daar een risico (op arrestatie) bij voor lief namen en resultaten boekten.
De meest doortastende critici van hippies, punkers, sprongen ook graag, al noemden ze dat pogoën. Onlangs zag ik daar wat historische beelden van, bij een interview met Siouxsie. Hoe welopgevoed toonde ze zich! Zouden hippies haar ‘burgerlijk’ hebben gevonden? Tevens kon ik de hand leggen op een live-opname uit dezelfde tijd, waarin het tegendeel van punk werd gespeeld: LA rock door een sessiemuzikantenband voor Patti Austin. Ze brachten onder meer het nummer ‘Jump for Joy’, dat de tiltknop van mijn vooroordelen beroerde – evangelische blijheid. Wellicht is de titel ontleend aan de masserend omverwerpende musical uit 1941 van Duke Ellington. Er moest gesprongen op zekerheden, terwijl de hippies en punkers nietschzeaans op het koord leken te balanceren. Maar waar heb ik het over? Indien kindjes vrolijk zijn of iets zeer graag willen, stuiteren ze werktuiglijk. En de rest van de mensheid in de Lage Landen, gedomesticeerd, kent de term ‘springlevend’, volgens mij toch betreffende de preapocalyptische fase.
Veel woorden om te bekennen dat ontroering mij omgaf bij het zien van youtubebeelden van die jumping sundays. Scheen er ander licht? Natuurlijk ken ik de demon van de nostalgie, van de sepia, niet het minst door reclames. Zoals van Kanis & Gunnink, in de jaren tachtig, waar op een quasi-achtmillimeterfilmpje ook ‘hippies’ in gezamenlijk geluk bijeen waren; op een of andere manier hoorde ik daar terstond de discussie onder de marketeers doorheen met welke rekwisieten het veiligst en meest effectief de ironische afstand kon ingebouwd, hetgeen me destijds resoluut deed besluiten nooit meer koffie van dat merk te drinken.
Maf, ik heb nooit geloofd dat ‘vroeger alles beter was’, behalve culinair, en wellicht heeft dat duo weemoed & allergie zelfs niet met een specifiek decennium te maken. Ik geraakte eens in een omwaterd ministadje, dat een nagebouwde jarendertigwijk bleek. Moesten daar toeristen mee gelokt? Op welk verlangen mikte men dan? Iets ‘authentieks’, verwijzend naar een tijd dat er een gemeenschap bestond en waar problemen exclusief bij les autres lagen? En is het verschil met een andere decorshifttrend, het ecologische wwoofing, gradueel of immens? Van het stadje memoreer ik uiteindelijk slechts rubber isolatielappen om de schoorstenen en ‘saté met friet’ op een menukaart.
Moet je wel of geen idealen hebben om daaroverheen te stappen? Wat kan zonder voorbehoud echt heten? Zouden er nog onderwerpen structureel kunnen verontrusten en dus uit de trechter van de personencultus weten te blijven? Ik werd gewezen op een bericht dat niet voor de poes is: grootscheepse militaire plannen om de EU te vrijwaren van al dan niet door natuurrampen op drift geraakte vluchtelingen en armoede en ziekte, en om een surplus aan grondstoffen te garanderen. Dit is bedacht door een onafhankelijk bureau, dat bestaande afspraken echter niet kan verhelen. Terwijl Motivaction, waar ik het de vorige keer over had, tenminste ook wat had ontdekt voor een theemerk (dat het kansen heeft tegenover koffie), zijn hier alle middelen, van hightech wapens over spionage tot gelegenheidscoalities, vanuit een synergetisch of holistisch idee geoorloofd. De begrippen ‘Fort Europa’ en ‘preventie’ krijgen er een dimensie bij. Een agenda van het crisismanagement: eigen rijkdom eerst!
Waarom blijft het hier stil over? Te absurd, te paranoïde om waar te zijn? Of te groot om te vertalen in getuigenissen en, omdat – als ik met een persoonlijk voornaamwoord even een seculiere pater mag uithangen – we er allemaal bij zijn betrokken, voor door wetenschappelijk pluimvee ondertekende petities? En waarom houd ik het zelf bij het bericht, dat een rapport samenvat waar ik mechanisch doorheen scroll? ‘The views expressed are those of the authors and do not represent those of the European Commission’. Staaft het, mocht het kloppen, simpelweg mijn cynischer gedachten? Wellicht zouden hippies al tegen zulk ‘imperialisme’ op de barricaden zijn gegaan, hadden punkers er om gebulderd dat de destructie zo nabij was en baden relirockers dat Iemand ons zou bijstaan. En wij? Springen we nog ergens voor uit onze stoel?

woensdag 9 september 2009

Waardeonderzoek

Lastig de lach in te houden bij de najaarscatalogi der Lage Landen (we hebben het over boeken). Er blijken zoveel belangrijke auteurs dat het overzicht al ontbreekt bij het aanbod: welk van de talloze glimmende losse vouwvellen bij de op hun beurt in fictie en non-fictie onderverdeelde catalogi hoort bij welk huis of imprint daar weer van? Uitgeverijen doen het erom, dat zie je direct!
Lachen is de makkelijkste reactie, net als dankbaar zijn dat er per dag meer dan één supertitel gaat verschijnen die ‘in geen enkele boekenkast ontbreken mag’. Zulke rituele reflexen lijken onontkoombaar. Sites die het aanbod zonder filter van media en boekshop kunnen tonen blijken dan wel verbeterd, adequaat willen ze nog niet worden. Toch biedt juist internet door zijn hyperlinks dé mogelijkheid voor een gezelschapsspel: op basis van de gepleegde vergelijkingen, waarin auteur A is bedoeld ‘voor de liefhebbers van’ auteur B, een netwerk van verwanten ontwerpen. Dit zal een hemels kluwentje van de beste families geven, minstens vierdimensionaal, met op het punt van het niets de rest.
Euh, zoals in de Middeleeuwen?
Hoeveel kan een seizoen redelijkerwijs aan? Een selectie uit het zogeheten upmarket segment doet vermoeden dat je niet te veel interesses mag hebben om geen slaaptekort te incasseren, tenzij de crisis zulke hopen werkelozen heeft opgeleverd dat uitgevers hen wilden plezieren met een hobby voor dag en nacht. Maar dan geef ik toe aan het gevoel dat er een overproductie is, die betwist wordt met de opmerking dat er al sinds de jaren ** veel boeken verschijnen (de conclusie dat ze onmogelijk naar behoren geredigeerd kunnen krijgt een soortgelijke tegenwerping: dat dit vroeger helemaal niet gebeurde).
De CEO van Lannoo, goed voor 500 van de bijna 20.000 titels die de Lage Landen jaarlijks verstouwen: ‘We zijn in dit vak bijna collectief zelfmoord aan het plegen, denk ik soms.’ Saillant is dat Lannoo, nadat zijn meest geduchte landgenoot de kranten van het concern annexeerde, nog altijd overweegt de boekendivisie van PCM over te nemen. In een andere hoofdbijzaak, voetbal, zijn de invasionele betrekkingen tussen Nederland en België wel vertrouwd.
Neveneffect van de stortvloed onvergetelijke boeken die gaan komen, is dat alles je ontschiet. Toch herinner ik me één titel: De grenzeloze generatie. Die zal ‘collectieve onvolwassenheid’ uitduiden. Wow, herkenbaar! De reden dat er bij mij een bel begon te rinkelen was echter de bron: ‘het Mentality-waardenonderzoek van Motivaction’. Orkestreerde dat bureau niet de campagnes van zowel CDA als GroenLinks? En verstrekte het zijn adviezen toen niet vanuit een eigen, want vooraf in opdracht geschapen beeld van ‘de moderne burgerij’? Het bureau is reeds gesignaleerd als tergend mediërende instelling tussen bevolking en staat in het publieke debat, maar als fenomeen lijkt het ingewikkelder.
Chantal Mouffe heeft dat beschouwd vanuit de idée reçue dat er geen ideologieën meer zijn, en er dus onder het bewind van Koning Pragma geen verschil tussen ‘links en rechts’ is. Het Einde van de Geschiedenis gaf het Einde van het Conflictmodel er gratis bij. Spinning door Motivactionachtigen bezorgt partijen dan nog enige distinctie bij de kiezer, die zich echter niet slaagt te identificeren met de consensus van het midden, waar hartstochten en collectieve identiteiten hautain zijn weggeredeneerd. Vanwege het door die groeiende afstand tussen burger en politiek getaande democratisch gehalte is Ad Verbrugge evenmin tuk op zulke bureaus. Hij vermeldde ze recent in het kader van de ‘terugtredende overheid’, waardoor de politieke besluit- en gedachtevorming geoutsourcet raakt aan interim-management, adviesbureaus en meer geprivatiseerde goden.
In precies die gedaante, gematerialiseerd door deskundige rapporten, kwam Motivaction voor het eerst in mijn blikveld. Het had het leesgedrag van Nederlanders onderzocht. Twee op de drie had ten minste een keer per week een boek in handen, 47 procent op het nachtkastje en 28 procent las het liefst in bed, tweederde het liefst op vakantie en 42 procent bij het luisteren naar muziek. Weg dus met de cultuursombering van het Sociaal Cultureel Planbureau met zijn falende methodes, die hadden geleid tot de rampzalige ziekte ontlezing! Zo stelde een voormalig redacteur dat tot dan toe was gevraagd of men een boek uitlas, en vond dat er geen oog was geweest voor multitasking. Een ander begreep dat te snel besloten werd dat het boek passé is en startte een leescampagne voor de schoolvakantie. Zo legitimeerden zij prettig onzuur meteen hun eigen baan in de sector – en heilbrengende instanties als Motivaction.
Op de crèche en op de peuterschool van onze S. zit een kindje dat Dante heet.
Er kunnen dus veel meer titels komen, niet noodzakelijk met eindes. Onderwijl gaat de homo zappiens, onmisbaar voor het verslinden van de rijstebrij die najaarscatalogi beloven, het echte werk doen. Daar is wel wat concentratie voor nodig en uitgerekend daaromtrent zijn er empirisch twijfels gerezen. Ze zullen berusten op statistische feilen. En nu maar zoet naar ons bedje, oogjes dicht en snaveltjes toe.