zondag 12 juli 2009

Herman (1)

Wat misdeed de komkommer dat media hun zomerslaap naar deze frisse vrucht hebben vernoemd? Duidelijk is dat ze bedwelmd terugblikken op ‘legendarische’ toestanden die bij voorkeur een rond aantal jaren geleden voorvielen – de komende decennia op 25 juni het overlijden van Michael Jackson en, hopelijk, op 12 juli de laatste adem van Simon Vinkenoog.
Zou ik aan dit menu iets kunnen bijdragen? Door een bewust maar niet minder discutabel trekje aan het internetwezen weet ik me de gelukkige bezitter van drie liveopnames van Herman Brood & his Wild Romance uit 1977, 1978 en 1979. Redelijkerwijs kan ik vanwege mijn aanhalingstekens in de openingsalinea die tijd niet meer luisterrijk serveren, maar er zijn gronden voor de hypothese dat dit behalve de succesvolste de beste bezetting is geweest. De opnames vertonen ook een interessante curve, en narekenend is het precies dertig jaar geleden dat Brood op tournee ging door de Verenigde Staten.
Nu schuilt de bijzonderheid er niet in dat een Nederlandse groep probeerde vaste voet te krijgen in het geboorteland van de rock, wel dat de offers daartoe groot waren. Vooraf had Brood er al gebracht. De fameuze openstaande gulp van een leren mannenbroek op de hoes van Shpritsz was vervangen door een paar vrouwenbillen in satijn. ‘Saturday night’, ook transatlantisch ingezet als hitsingle, kreeg een discoachtige uitvoering, waarin bijvoorbeeld ‘We had to hit him to the ground’ het veld geruimd had voor ‘Just digging sounds’.
Op een of andere manier had ik gehoopt dat de opname uit juli 1979, gemaakt in het Paradise Theatre in Boston voor een uur radio, zou onthullen dat de Wild Romance in de werkelijkheid van zijn optredens overzee trouw was gebleven aan het non-conformisme dat ze uitdroeg. Maar van ‘Saturday night’ waren de huiveringwekkende openingsregels ‘The neonlight of the open all night / was just in time replaced by the magic appearance / of a new day, while melancholic reno / was crawlin’ on his back…’ inderdaad komen te vervallen: ‘Beautiful soulmusic chirpin’ out of the jukebox / chicks dressed to kill / surrounded by the boys like bees on the honey…’
Die metaforische zoetigheid geeft de moeite weer die Brood zich getroostte het publiek te behagen. Alleen geschiedde dat met wat projecties op ‘Amerika’ moeten zijn, zodat de Wild Romance onwillekeurig trekken kreeg van een bruiloften- en partijenorkest. De met ‘Thank you, Lord’ afgesloten cover ‘Knocking on heavens door’ beschaamt: een overbekend nummer van Bob Dylan, waar muzikaal geen eer aan te behalen is. Ook een van de hoogtepunten van Shpritsz, ‘Champagne and wine’, had Brood niet voor niets zelden live uitgevoerd: een delicate song die snel een niemendalletje wordt – en in het land van Otis Redding een belediging. ‘Going To The City’ van Mose Allison loopt dan weer gesmeerd, maar dat nummer had Brood, en deze bezetting, al tijden op het repertoire staan en was totaal eigen gemaakt.
Hollands beroemdste junkie oreert dat hij ‘absolutely against’ zijn lichaamsbrandstof is. Hilarisch in dat licht vind ik zijn karakteristiek van ‘Dope sucks’ als ‘a religious song’. In die tijd was er een heus traditietje van zulke campagnes: beroemdheden waarschuwden op zo’n manier tegen de gevaren dat de verleiding groeide. Brood vertelt dat twee van de veertien stations die het optreden zouden uitzenden zijn liedje niet in de set wilde hebben, terwijl hij juist bedoeld had dat… Hij legt het er allemaal dik bovenop en blijft mekkeren dat drugs ongezond zijn en somt bij zijn mantra’s van namen aan wie hij dit en dat opdraagt beroemdheden op die voortijdig aan de naald waren bezweken, ‘which is a shame’, terwijl zij natuurlijk zijn idolen waren.
Hier openbaart zich zijn privéoffer: wegens de strenge Amerikaanse wetgeving was hij zelf drooggelegd. In gedogend Nederland had nota bene zijn grote liefde, die weigerde mee te acteren in de publiciteit, getracht hem narcoticaneutraal te krijgen. Zonder resultaat, maar vermoedelijk tot opluchting van muziekliefhebbers. Wel had Brood voor haar een prachtsong geschreven, ‘Doreen’; de naam had hij ook laten tatoeëren op zijn rechter bovenarm. In het beloofde land had hij voor de camera er op de linker ‘POP’, met een traantje, bij laten tekenen. Voor de radio speelt de Wild Romance een euforische versie van ‘Doreen’, zij het dat ze die naam wegschreeuwen met ‘Boston USA’.
Broods Amerikaanse tournee werpt voor mij de kwestie op in hoeverre het doel de middelen heiligt. ‘I am trying to get close to you my ass off’, zoals de ster zelf het veeleer klassiek-katholiek dan vroeghip-calvinistisch uitdrukte. Wellicht het grootste offer bleek bij thuiskomst: op advies van de Amerikaanse producer van zijn nieuwe elpee zette hij drummer Cees Meerman uit de band. Deze aanpassing werd opnieuw zichtbaar op een hoes, van die elpee Go nutz namelijk, waar Meermans hoofd was overgeplakt door dat van zijn opvolger. Rechtvaardigden de optredens die totalitair te noemen retouche? Als antwoord wordt binnenkort in dit theater een tweede komkommer opgediend.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen