maandag 23 februari 2009

UIrike (2)

Zou het RAF-team vermoedelijk niet snel een vestiging van de imperialistische koffieketen Starbucks hebben aangedaan, in de gevangenis gebruikte Gudrun Ennslin de mythische herkomst van die naam, Herman Melvilles roman Moby Dick, om al haar collega’s, voor wie dat boek ook een standaardwerk was, mee aan te duiden. Het was Holger Meins die aldus Starbuck kwam te heten, de eerste stuurman, beheerst door de magnetiserende geesteskracht van kapitein Ahab die hij eigenlijk verafschuwde. Verder noemde Ennslin Jan-Carl Raspe ‘de timmerman’, omdat hij zo vaardig knutselde en een dompelaar wist te fabriceren waarmee buiten de toegestane tijden koffiewater kon worden verhit – Baader was niet verder gekomen dan een lamp vervaardigd uit een thermoskan. Louter UM kreeg een extraliteraire naam, ‘Teresa’, naar de even beproefde als heilige non van Avila.
Meins kwam te overlijden aan het collectieve drukmiddel tegen de isolatie binnen de hechtenis, hongerstaking, waar ‘Ahab’ Baader zijn eigen interpretatie van gegeven had: advocaten namen fijne vleeswaren voor hem mee.
Baader sprak alle vrouwen aan met ‘doos’, inclusief Ensslin (wier naam uit het standpunt van realiteit beter in de bendetitel was opgenomen ipv die van UM) die ‘baby’ tegen hem zei. UM verkeerde daarbij in een netelige positie omdat ze in den beginne minder iemand van daden was dan van woorden, gelet op haar betrekking van hoofdredacteur bij het blad konkret. Bovenal had UM twee kinderen, hetgeen ‘burgerlijk’ bevonden werd omdat het ‘innerlijke vrijwilligheid’ belemmerde. Je verleden, je afkomst, ze moesten verdelgd voor de zaak. Principes gingen boven behoeftes. Bezitloosheid was eenzelfde voorwaarde als illegaliteit, een noodzakelijke onderwerping.
Krachttermen als ‘kut’ of ‘doos’, die voor de effectiviteit van de vernedering het liefst werden gebezigd ten overstaan van de hele groep, betekenden ‘burgertrut’. En al bande UM al dat quasi-achterhaald persoonlijke uit haar leven, schuldgevoelens ten opzichte van haar kinderen rispten op – en golden als aanval van zwakte.
Ooit, na brandstichting in een warenhuis die te legitimeren moest zijn door uitbuiting, onrechtvaardigheid en onderdrukking, had hun advocaat gesteld dat een straf door detentie zou bewijzen ‘dat het tuchthuis in deze maatschappij de enige verblijfplaats is voor een fatsoenlijk mens’. In Stammheim kon UM dan haar lol op, ze benoemde zich pas daar weer tot ‘mammie’. Het isolement in de gevangenis werd totaal toen ze vlak voor Kerstmis 1973 een adventskalender van de kinderen weigerde in ontvangst te nemen en vervolgens hun brieven onbeantwoord liet. Sowieso was UM geraakt tot twijfel ofwel ‘roeren in de stront’, een doodzonde die gelijkstond aan verraad, evenals ‘zelfkritiek’ die iets kon kapotmaken wat zelfs justitie niet lukte.
Starbucks werd gesticht door drie hippies die ten minste kwaliteit in het consumentisme wilden brengen. De RAF viseerde alles om zich heen wat kiemen zou bevatten van het oude fascisme. Bij die kruistocht bleek twijfel inderdaad ondraaglijk. En zo kreeg Monika Helbing, die meegeholpen had aan de Schleyerontvoering, de volle laag van haar mederevolutionairen toen ze een vergelijking trok: ‘Wij zijn door een reeks operaties in ’77 in een positie beland waarvan we voorheen zeiden dat we die wilden bestrijden.’ Zien degenen die de vergelijking niet begrijpen, in de RAF-doden martelaren?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen